V&G plan en het Bouwproces

De opdrachtgever onderzoekt of de bij het bouwwerk betrokkene aannemers en/of zelfstandigen voldoende kennis, vaardigheden en middelen hebben om hun werkzaamheden op de bouwplaats[i] op een veilige manier, overeenkomstig de Arbeidsomstandighedenwet, uit te voeren[ii].

Hierbij vergewist de opdrachtgever er zich van dat:

  • De bij het bouwwerk betrokken werkgever voert arbobeleid zoals dit geformuleerd is in artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet.
  • Dat de bij het bouwwerk betrokken werkgevers volgens Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) een inventarisatie en evaluatie van risico’s van hun werkzaamheden op de bouwplaats hebben uitgevoerd en met betrekking tot deze RI&E een plan van aanpak hebben opgesteld.
  • Dat de bij het bouwwerk betrokken werkgevers uitvoering geven aan Artikel 8 van de Arbowet zodat hun werknemers doeltreffend worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de daaraan verbonden risico’s, alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.
  • Dat door de bij het bouwwerk betrokken werkgevers en zelfstandigen gewerkt wordt zoals in Afdeling 5 van het Arbobesluit van hoofdstuk 4, is beschreven. Degene die werkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren waarbij een risico bestaat op het aantreffen van asbest (bouwwerken/objecten van voor 1994), moet beschikken over een asbestinventarisatierapport. Een daartoe gecertificeerd bedrijf voert de asbestinventarisatie uit. Uit de inventarisatie volgt een asbestinventarisatierapport en de risicoklasse van het asbest. Na werkzaamheden met asbest wordt, voordat met andere werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, op de betreffende arbeidsplaats een eindbeoordeling uitgevoerd.

Indien in de uitvoering van de werkzaamheden er door 2 of meer partijen werkzaamheden worden verricht dan stelt de opdrachtgever één of meer coördinatoren voor de ontwerpfase aan en stelt de uitvoerende partij één of meer coördinatoren voor de uitvoeringsfase aan[iii].

De coördinator voor de ontwerpfase heeft tot taak om namens de opdrachtgever: een veiligheids- en gezondheidsplan als bedoeld in artikel 2.28 (Veiligheids- en gezondheidsplan) op te stellen of te laten opstellen.[iv]

Wanneer de geraamde duur van de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 30 werkdagen beslaat en op die bouwplaats meer dan 20 werknemers tegelijkertijd arbeid zullen gaan verrichten, of met de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 500 mensdagen zullen zijn gemoeid dan meldt de opdrachtgever, de toezichthouder voor de aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats, de voorgenomen totstandbrenging van het bouwwerk.[v]

Volgens de Europese RICHTLIJN geldt dat de opdrachtgever erop toe ziet dat er, vóór de opening van de bouwplaats, een veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld. De Lid-Staten mogen na overleg met de sociale partners afwijken van de eerste alinea, tenzij het gaat om in bijlage II genoemde werken die bijzondere gevaren meebrengen.[vi]

In het Arbeidsomstandighedenbesluit is in artikel 2.28, derde lid expliciet aangeven voor de situatie ten en aanzien van bouwwerken die voor de veiligheid en gezondheid van werknemers bijzondere gevaren met zich meebrengen als bedoeld in bijlage II bij de Europese RICHTLIJN of een bouwwerk ten aanzien waarvan een melding verplicht is, dat de opdrachtgever er in voornoemde situaties altijd voor zorgt dat er een veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld.

Op het moment dat er op de bouwplaats door 2 of meer partijen werkzaamheden worden verricht heeft de coördinator voor de ontwerpfase de taak om namens de opdrachtgever een veiligheids-  en gezondheidsplan (V&G plan) op te stellen of te laten opstellen. In artikel 2.28 tweede lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt aangegeven wat in dit V&G plan vermeld moet worden.[vii]

Afhankelijk van de voortgang in het bouwproces, worden in het veiligheids- en gezondheidsplan ten minste vermeld en opgenomen:

a.   een beschrijving van het tot stand te brengen bouwwerk, een overzicht van de betrokken ondernemingen op de bouwplaats, de naam van de coördinator voor de ontwerp- en uitvoeringsfase;

b.   een inventarisatie en evaluatie van de specifieke gevaren voor het betreffende bouwwerk, waaronder de eventuele aanwezigheid van asbest of asbesthoudende producten als bedoeld in artikel 4.37, verontreinigde grond, verontreinigd water of grondwater of verontreinigde waterbodems, en specifieke gevaren die het gevolg zijn van de gelijktijdige en achtereenvolgende uitvoering van de bouwwerkzaamheden en in voorkomend geval van de wisselwerking met doorgaande exploitatiewerkzaamheden;

c.   de maatregelen die volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld onder b;

d.   de afspraken met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen, bedoeld onder c;

e.   de wijze waarop toezicht op de maatregelen wordt uitgeoefend;

f.   de bouwkundige, technische en organisatorische keuzen die in verband met de veiligheid en gezondheid van de werknemers en zelfstandigen worden gemaakt alsmede de onderzoeken en rapporten die de onderbouwing van deze keuzen ondersteunen;

g.   de wijze waarop voorlichting en instructie aan de werknemers op de bouwplaats wordt gegeven.

Daarnaast heeft de coördinator ontwerpfase ook de taak om een veiligheids- en gezondheidsdossier samen te stellen dat bestemd is voor degene die beslist over de uitvoering van latere werkzaamheden aan het bouwwerk in de gebruiks- of sloopfase. In dit dossier wordt de bouwkundige en technische informatie over het specifieke bouwwerk opgenomen die van belang is voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en zelfstandigen die werkzaamheden verrichten in de gebruiks- of sloopfase.iii

De opdrachtgever neemt zodanig maatregelen dat de coördinator ontwerpfase zijn taken naar behoren vervult en uitoefent en dat het V&G plan deel uitmaakt van het bestek betreffende het bouwwerk en vóór aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats beschikbaar is. Ook neemt de opdrachtgever zodanig maatregelen dat voorafgaand aan het geheel of gedeeltelijk uit elkaar nemen van een bouwwerk of object, het inventarisatierapport als bedoeld in artikel 4.54a, derde lid (Asbestinventarisatie), ter beschikking wordt gesteld aan de uitvoerende partij. [viii]

De opdrachtgever zorgt ervoor dat de verplichtingen voor de uitvoerende partij, bedoeld in de artikelen 2.29 (Aanstelling coördinatoren) en 2.33 (Aanvullende verplichtingen uitvoerende partij), zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst met de uitvoerende partij.vii


[i] Artikel 1.1. ARBObesluit,  Definities algemeen

1.     In het Arbeidsomstandighedenbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder wet: Arbeidsomstandighedenwet.

2.     In het Arbeidsomstandighedenbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.     bouwplaats: elke tijdelijke of mobiele arbeidsplaats waar civieltechnische werken of bouwwerken tot stand worden gebracht, waarvan een niet-uitputtende lijst is opgenomen in bijlage I bij de richtlijn, bedoeld in artikel 2.23, onder a;

b.     bouwwerk: een civieltechnisch werk of bouwwerk als bedoeld onder a;

c.     opdrachtgever:

1°.   voor de toepassing van hoofdstuk 2, afdeling 5, en artikel 9:6:

i.      degene voor wiens rekening een bouwwerk tot stand wordt gebracht, dan wel;

ii.     op wiens initiatief een bouwwerk tot stand wordt gebracht, dan wel;

iii.    de onder i en ii bedoelden tezamen;

2°.   voor de toepassing van artikel 9.5: degene voor wiens rekening een zelfstandige of werkgever als bedoeld in artikel 16, zevende lid, onderdeel b, van de wet, arbeid verricht;

d.     opdrachtgever-consument: de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, voor wiens rekening een bouwwerk tot stand wordt gebracht;

e.     ontwerpende partij: degene die zich jegens de opdrachtgever, bedoeld in onderdeel c, sub 1° of de opdrachtgever-consument verbonden heeft om in het bouwproces de ontwerpende functie te vervullen;

f.      uitvoerende partij: degene die zich jegens de opdrachtgever, bedoeld in onderdeel c, sub 1° of de opdrachtgever-consument verbonden heeft om in het bouwproces de uitvoerende functie te vervullen.

Volgens Europese RICHTLIJN

BIJLAGE I  van de RICHTLIJN

NIET-VOLLEDIGE LIJST VAN CIVIELTECHNISCHE WERKEN EN BOUWWERKEN BEDOELD IN ARTIKEL 2, ONDER a)

1. Graafwerken

2. Grondwerken

3. Bouw

4. Montage en demontage van geprefabriceerde elementen 

5. Inrichting of outillage 

6. Verbouwing

7. Renovatie

8. Reparatie

9. Ontmanteling

10. Sloop

11. Instandhouding

12. Onderhouds-, schilder- en reinigingswerken

13. Sanering

[ii] Artikel 2.26. Algemene uitgangspunten inzake veiligheid en gezondheid bij het ontwerpen van een bouwwerk

De opdrachtgever is verplicht in de ontwerpfase zich ervan te vergewissen dat de betrokken werkgevers en zelfstandigen in staat zijn de verplichtingen voor de arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase na te komen, in het bijzonder de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3, 5, eerste en derde lid, en 8 van de wet en hoofdstuk 4, afdeling 5..

Bent u als opdrachtgever van plan een aannemer een opdracht  voor uitvoering van een bouwwerk te gunnen?  Dan moet u er zeker van zijn of deze aannemer in staat is de verplichtingen voor de arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase na kan komen. Dit heet de vergewisplicht.

De opdrachtgever onderzoekt of de bij het bouwwerk betrokkene aannemers en/of zelfstandigen voldoende kennis, vaardigheden en middelen hebben om hun werkzaamheden op de bouwplaats op een veilige manier, overeenkomstig de Arbeidsomstandighedenwet, uit te voeren.

De opdrachtgever is verplicht in de ontwerpfase zich ervan te vergewissen dat de betrokken werkgevers en zelfstandigen in staat zijn de verplichtingen voor de arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase na te komen, in het bijzonder de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3, 5, eerste en derde lid, en 8 van de wet en hoofdstuk 4, afdeling 5.

[iii] Artikel 2.29. Aanstelling coördinatoren

Indien in de uitvoeringsfase werkzaamheden worden verricht door:

a.     twee of meer werkgevers;

b.     één werkgever en één of meer zelfstandigen of

c.     twee of meer zelfstandigen,

stelt de opdrachtgever één of meer coördinatoren voor de ontwerpfase aan en stelt de uitvoerende partij één of meer coördinatoren voor de uitvoeringsfase aan.

[iv] Artikel 2.30. Taken coördinator voor de ontwerpfase

De coördinator voor de ontwerpfase heeft tot taak om namens de opdrachtgever:

a.     te bewerkstelligen dat artikel 2.26  (Algemene uitgangspunten inzake veiligheid en gezondheid bij het ontwerpen van een bouwwerk) wordt uitgevoerd;

b.     een veiligheids- en gezondheidsplan als bedoeld in artikel 2.28 (Veiligheids- en gezondheidsplan) op te stellen of te laten opstellen;

c.     een veiligheids- en gezondheidsdossier samen te stellen dat bestemd is voor degene die beslist over de uitvoering van latere werkzaamheden aan het bouwwerk in de gebruiks- of sloopfase. In dit dossier wordt de bouwkundige en technische informatie over het specifieke bouwwerk opgenomen die van belang is voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en zelfstandigen die werkzaamheden verrichten in de gebruiks- of sloopfase.

[v] Artikel 2.27. Melding

1.     De opdrachtgever, bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, onderdeel c, sub 1°, meldt de toezichthouder voor de aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats de voorgenomen totstandbrenging van een bouwwerk, indien:

a.     de geraamde duur van de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 30 werkdagen beslaat en op die bouwplaats meer dan 20 werknemers tegelijkertijd arbeid zullen gaan verrichten, of

b.     met de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 500 mensdagen zullen zijn gemoeid.

2.     Een afschrift van de melding wordt zichtbaar op de bouwplaats aangebracht. Indien met betrekking tot de in de melding opgenomen gegevens een verandering optreedt, wordt deze dienovereenkomstig gewijzigd.

[vi] Artikel 3 (RICHTLIJN EUROPA)

coördinatorenveiligheids- en gezondheidsplan – voorafgaande kennisgeving

  • De opdrachtgever of de bouwdirectie ziet erop toe dat er, vóór de opening van de bouwplaats, een veiligheids- en gezondheidsplan overeenkomstig artikel 5, onder b), wordt opgesteld.
    De Lid-Staten mogen na overleg met de sociale partners afwijken van de eerste alinea, tenzij het gaat om in bijlage II genoemde werken die bijzondere gevaren meebrengen.

BIJLAGE II van de RICHTLIJN

NIET-VOLLEDIGE LIJST VAN WERKEN DIE VOOR DE VEILIGHEID EN DE GEZONDHEID VAN DE WERKNEMERS BIJZONDERE GEVAREN MEEBRENGEN BEDOELD IN ARTIKEL 3, LID 2, TWEEDE ALINEA

  1. Werken die de werknemers aan gevaren van bedelving, vastraken of vallen blootstellen, welke gevaren bijzonder groot zijn door de aard van de werkzaamheden of van de gebruikte procedés of door de omgeving van de arbeidsplaats of de werken.
  2. Werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan chemische of biologische stoffen die een bijzonder gevaar voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers inhouden, of ten aanzien waarvan toezicht op de gezondheid wettelijk verplicht is.
  3. Elk werk met ioniserende stralingen waarvoor de aanwijzing is vereist van gecontroleerde of bewaakte zones als omschreven in artikel 20 van Richtlijn 80/836/Euratom.
  4. Werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningskabels.
  5. Werkzaamheden die de werknemers blootstellen aan verdrinkingsgevaar.
  6. Graven van putten, ondergrondse en tunnelwerken.
  7. Werkzaamheden met duikuitrusting.
  8. Werkzaamheden onder overdruk.
  9. Werkzaamheden waarbij springstoffen worden gebruikt.
  10. Werkzaamheden in verband met de montage of demontage van zware geprefabriceerde elementen.

[vii] Artikel 2.28 ARBObesluit, Veiligheids- en gezondheidsplan

  1. De opdrachtgever zorgt ervoor dat ten aanzien van bouwwerken die voor de veiligheid en gezondheid van werknemers bijzondere gevaren met zich meebrengen als bedoeld in bijlage II bij de richtlijn of een bouwwerk ten aanzien waarvan een melding verplicht is, een veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld.

2.     Afhankelijk van de voortgang in het bouwproces, worden in het veiligheids- en gezondheidsplan ten minste vermeld en opgenomen:

a.     een beschrijving van het tot stand te brengen bouwwerk, een overzicht van de betrokken ondernemingen op de bouwplaats, de naam van de coördinator voor de ontwerp- en uitvoeringsfase;

b.     een inventarisatie en evaluatie van de specifieke gevaren voor het betreffende bouwwerk, waaronder de eventuele aanwezigheid van asbest of asbesthoudende producten als bedoeld in artikel 4.37, verontreinigde grond, verontreinigd water of grondwater of verontreinigde waterbodems, en specifieke gevaren die het gevolg zijn van de gelijktijdige en achtereenvolgende uitvoering van de bouwwerkzaamheden en in voorkomend geval van de wisselwerking met doorgaande exploitatiewerkzaamheden;

c.     de maatregelen die volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld onder b;

d.     de afspraken met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen, bedoeld onder c;

e.     de wijze waarop toezicht op de maatregelen wordt uitgeoefend;

f.      de bouwkundige, technische en organisatorische keuzen die in verband met de veiligheid en gezondheid van de werknemers en zelfstandigen worden gemaakt alsmede de onderzoeken en rapporten die de onderbouwing van deze keuzen ondersteunen;

g.     de wijze waarop voorlichting en instructie aan de werknemers op de bouwplaats wordt gegeven.

[viii] Artikel 2.32. Aanvullende verplichtingen opdrachtgever

1.     De opdrachtgever neemt zodanige maatregelen dat:

a.     de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.30 (Taken coördinator voor de ontwerpfase), naar behoren kan vervullen;

b.     de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.30 (Taken coördinator voor de ontwerpfase), naar behoren uitoefent;

c.     het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.28 (Veiligheids- en gezondheidsplan), deel uitmaakt van het bestek betreffende het bouwwerk en vóór aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats beschikbaar is;

d.     voorafgaand aan het geheel of gedeeltelijk uit elkaar nemen van een bouwwerk of object, wordt het inventarisatierapport als bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, ter beschikking gesteld aan de uitvoerende partij.

2.     De opdrachtgever zorgt ervoor dat de verplichtingen voor de uitvoerende partij, bedoeld in de artikelen 2.29 (Aanstelling coördinatoren) en 2.33 (Aanvullende verplichtingen uitvoerende partij), zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst met de uitvoerende partij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *