Coördinatie in het bouwproces de weg naar veilig bouwen.

Coördinatie is in de eerste plaats een bouwactiviteit die binnen de context van het bouwproces uitgevoerd wordt met als doelstelling het bouwproces succesvol te laten verlopen. 

Voor het uitvoerend bouwbedrijf is het van groot belang dat deze, conform de Arbowet en het Arbobesluit, heldere afspraken over taken en bevoegdheden maakt met de opdrachtgever. Deze afspraken moeten aannemers en onderaannemers ook met elkaar maken.

In zowel de ontwerp- en realisatiefase als in de gebruiksfase werken veel verschillende professionals aan een bouwwerk: ontwerpers, bouwbegeleiders, producenten, gespecialiseerde aannemers, nevenaannemers, gebruikers en onderhoudsbedrijven. Daarom is het extra belangrijk om ieders taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden helder vast te leggen.

VOORBEELDEN OPDRACHTGEVER

Een belegger of woningbouwvereniging die werk (inclusief het ontwerp) uitbesteedt, is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid in dat ontwerp. De belegger of woningbouwvereniging is dan de initiatiefnemer en volgens de wet de opdrachtgever.

Een particulier die een aanbouw laat ontwerpen door een architect is niet verantwoordelijk voor veiligheid en gezondheid in het ontwerp; dat is de ontwerper, oftewel de architect.

Als de particulier de dakkapel direct laat ontwerpen door de aannemer, krijgt de aannemer de verantwoordelijkheden die bij de opdrachtgever horen. Bij particuliere opdrachtgevers gaat de verantwoordelijkheid voor veiligheid en gezondheid dus over naar de ontwerper van het project.

De uitvoerder/aannemer besteedt vaak werk uit. Deze uitbesteding maakt hem voor de wet geen opdrachtgever

De wettelijke opdrachtgever is diegene ‘voor wiens rekening en/of op wiens initiatief een bouwwerk tot stand wordt gebracht’. Dat kan een ontwikkelende bouwer zijn, een projectontwikkelaar of de gebouweigenaar. Het bouwproces is echter een samenspel van gedeelde verantwoordelijkheden en afspraken.  “Veilig bouwen en onderhouden begint in de ontwerpfase en dient projectspecifiek te worden ingevuld; veiligheid begint aan de voorkant.” Preventie is alles bij veiligheidsissues, dat spreekt voor zich. “Niemand wil acteren na een ongeval of een bouwwerk na oplevering voorzien van veiligheidsmaatregelen die in de ontwerpfase al bedacht konden zijn. Het is noodzaak om aan de voorkant samen te werken aan bouwveiligheid. Dat is verantwoord opdrachtgeverschap, gedefinieerd als de opdrachtgever die de wettelijke verplichtingen voldoende invult en integrale verantwoordelijkheid neemt in de vergewisplicht van de veilige totstandkoming van het bouwwerk.”

Ontwerptoetsing

Soms gedelegeerd aan de architect; soms wordt een externe partij ingeschakeld. Maar let op, de opdrachtgever blijft verantwoordelijk. De vraag is of de opdrachtgever voldoende bouwexpertise heeft of niet, Bijvoorbeeld bij woningcorporaties en gemeenten dat die expertise wordt uitbesteed.

Coaching c.q. opleiding op maat is van belang. Aboma biedt een tweedaagse training tot V&G-coördinator. De eerste dag wordt besteed aan wet- en regelgeving en voorbeelden, de tweede aan ontwerptoetsing van een bestaand project.

De ontwerptoetsing kan op tijd inzicht geven in een gevaarlijke situatie tijdens het bouwen of tijdens gebruik en onderhoud. Cursisten worden begeleid in het maken van de afwegingen om tot goede keuzes te komen, die het gevaar voorkomen. Een voorbeeld is de veilige maakbaarheid van het constructieve skelet of de mogelijkheid om veilig onderhoud aan dak of gevel uit te voeren. Een ander voorbeeld: de gebouweigenaar is verantwoordelijk voor de noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen. Als deze ontbreken en de aannemer niet aan de bel trekt bij een onveilige situatie en er gebeurt iets, dan is deze als werkgever in beginsel verantwoordelijk. Vervolgens stelt de handhaver de vraag: heeft de opdrachtgever wel voorzieningen getroffen voor veilig onderhoud?

Het zou wenselijk zijn dat aannemers vaker de opdracht weigeren en de te treffen voorzieningen aan de orde te stellen. Nog wenselijker uiteraard is dat opdrachtgevers onveilige situaties voorkomen.

De arbeidshygienische strategie

De opdrachtgever en ontwerper moeten bij het ontwerp van een bouwwerk rekening houden met alle mogelijk gevaren bij de realisatie, het onderhoud en de sloop. Ook moeten alle werkplekken altijd veilig kunnen worden bereikt. Dit principe voor het aanpakken van gevaren heet de ‘arbeidshygienische strategie’ en geldt ook tijdens de uitvoering.

  1. De opdrachtgever en ontwerper moeten eerst proberen het gevaar weg te nemen door het  ontwerp aan te passen of door andere materialen toe te passen.
  2. Als dat niet lukt, moeten de opdrachtgever en ontwerper het gevaar beheersbaar maken door collectieve maatregelen op te nemen in het ontwerp. Een collectieve maatregel tegen valgevaar is bijvoorbeeld het plaatsen van leuningen. Deze maatregelen zijn het effectiefst en goedkoopst als ze min of meer automatisch met het werk meegaan.
  3. Als collectieve maatregelen ook niet mogelijk zijn of onvoldoende bescherming bieden, mogen de opdrachtgever en ontwerper uitgaan van bescherming door middel van persoonlijke beschermingsmiddelen. Bijvoorbeeld het dragen van een gordel of adembeschermingsmiddelen. Dit heeft wel consequenties voor de werkwijze.  Met individuele valbeveiliging mag bijvoorbeeld  niet alleen worden gewerkt en er moet passende Bedrijfshulpverlening worden georganiseerd. Kortom, opdrachtgever en ontwerper moeten eerst  de mogelijkheden op een ‘hoger’ niveau onderzoeken, voordat zij mogen besluiten maatregelen van een ‘lager’ niveau te treffen. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn. Dit is het ‘redelijkerwijs principe’.

Er gelden strenge regels bij het risico waarbij werknemers kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen, asbest, bodemverontreiniging of bacteriën en virussen. Ook voor valgevaar gelden strenge regels. In deze gevallen mogen opdrachtgever en ontwerper alleen een stap lager in de arbeidshygienische strategie zetten als een hogere maatregel technisch niet uitvoerbaar is. Economische redenen gelden bij deze gevaren niet. De opdrachtgever is verplicht om de gevaren weg te (laten) nemen, voordat u de geplande werkzaamheden uit gaat voeren.

De verschillende Arbocatalogi benoemen de oplossingen voor belangrijke risico’s. Ook een branche-RI&E en het Plan van Aanpak geven informatie over gevaren, risico’s en acceptabele oplossingen

Het aanstellen van coördinatoren

Dit is verplicht op basis van artikel 2.29 van het Arbobesluit in de volgende situaties:

De opdrachtgever en uitvoerende partij stellen een of meer coördinatoren aan voor de ontwerpfase en voor de uitvoeringsfase als er sprake is van twee of meer werkgevers, een of meer werkgevers en een of meer zelfstandigen of twee of meer zelfstandigen.

Op een bouwplaats zal dus al vrij snel sprake zijn van een verplichting om de veiligheid en gezondheid te coördineren.

  • De opdrachtgever is verantwoordelijk voor en dus aanspreekbaar op de kwaliteit van de CO. Dit betreft o.a. de competenties van de coördinator ontwerpfase.
  • De opdrachtgever moet een coördinator aannemen die voldoende kennis heeft van en ervaring met het bouwproces.
  • Hij moet de coördinator instructies over zijn taakvervulling geven. Deze taken staan omschreven in artikel 2.30 a t/m c

De rol van CO is van cruciaal belang in het bouwproces, namelijk de CO dient de vergewisplicht voor de opdrachtgever in te vullen. De opdrachtgever dient het proces zodanig  in te richten en/of aan te tonen hoe er in de ontwerpfase doelmatig invulling wordt gegeven aan de vergewisplicht. Hieruit volgt ook het aanstellen van de CO alsmede het toezien op het kunnen vervullen en het uitvoeren van de taken van de CO door de opdrachtgever.

Op de hiernavolgende wijze zorgt de opdrachtgever ervoor dat de coördinator zijn taken naar behoren kan vervullen.

  1. is er duidelijkheid over welke competenties de CO behoort te beschikken wil hij zijn taak naar behoren kunnen vervullen?
  2. Heeft de opdrachtgever een coördinator aangesteld die de vereiste competenties heeft om zijn taak naar te behoren te kunnen vervullen?
  3. welke (kwaliteits)eisen heeft hij dan gesteld aan deze coördinator?
  4. Heeft de opdrachtgever de CO instructies gegeven over zijn taakvervulling?
  5. Zijn er voldoende randvoorwaarden  door de OG gecreëerd zodat de CO zijn taken naar behoren kan vervullen zoals bv”:
  • voldoende tijd & middelen (denk aan de toedeling van meerdere projecten tegelijkertijd of het niet bepalen van benodigde tijd, of geen budget toewijzen)
  • voldoende kennis (denk ook aan bouwkundige en arbokennis),
  • duidelijkheid in taken – verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

De opdrachtgever (vergunninghouder), de eigenaar/ gebruiker en de aannemer kunnen taken delegeren, maar niet hun wettelijke verantwoordelijkheden. Wel kunnen zij de gedelegeerde partijen aansprakelijk stellen, wanneer deze hun taken niet goed uitvoeren.

De NLA controleert het correct invullen van de wettelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen. Dit gebeurt achteraf, vaak wanneer er iets is misgegaan. Daarom is het van groot belang dat u ervoor zorgt dat alle partijen de genomen inspanningen en gemaakte afspraken zo specifiek mogelijk vastleggen. Belangrijke documenten hiervoor zijn het V&G-plan, het dossier, de verslagen van de coördinatie-overleggen, de contracten en verdere aantekeningen en afspraken.

De opdrachtgever en ontwerper moeten alle gevaren in het ontwerp zo veel mogelijk wegnemen of beheersbaar maken. Dit kunnen zij doen door andere ontwerpkeuzes te maken of voorzieningen te treffen. Het is belangrijk dat u zich als uitvoerend bedrijf realiseert dat gevaren tijdens bouw of onderhoud niet altijd door de opdrachtgever en ontwerper konden worden voorzien. Daarom is het belangrijk dat u kritisch naar het ontwerp kijkt en uw deskundigheid gebruikt om te beoordelen of bij het ontwerp veilig en gezond bouwen, onderhouden en slopen mogelijk is. Bij de eerste beoordeling is het nog mogelijk om de opdrachtgever te wijzen op mogelijke gevaren, zonder dat dit grote consequenties voor het bouwproces heeft.

HET BOUWPROCES met de verschillende bouwfasen

Hieronder geven we per bouwfase een globaal overzicht van de verantwoordelijkheden die elke partij heeft.

De initiatieffase

Tijdens de initiatieffase onderzoekt de opdrachtgever/ initiatiefnemer zijn wensen en geeft de opdracht tot ontwerpen. Hij stelt eisen en randvoorwaarden op, mede op basis van de wetgeving. Hij moet hierbij steeds rekening houden met de consequenties voor veilige bouw, onderhoud en sloop. De opdrachtgever beslist hoe het proces eruit komt te zien, welke adviseurs hij inschakelt en welke taken hij bij hen neerlegt. Ook stelt hij in hoofdlijnen de eisen op voor veiligheid en gezondheid en stelt hij een coördinator ontwerpfase aan.

De ontwerpfase

Tijdens de ontwerpfase gaat de ontwerper aan de slag met de eisen en randvoorwaarden. De opdrachtgever bewaakt dat het ontwerp voldoet aan de door hem en de wet gestelde eisen met betrekking tot veiligheid en gezondheid. Hij moet in de ontwerpfase goed nagaan of de ontwerper alle aspecten van de realisatie, onderhoud en sloop van het bouwwerk heeft meegenomen en of deze veilig kunnen gebeuren. De ontwerpfase wordt pas afgesloten zodra de materiele uitvoering start. Dit betekent dat formeel ook de uitwerking van het ontwerp door het uitvoerend bedrijf nog onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever valt.

Het uitvoerend bedrijf of de aannemer moet tijdens de prijsvorming toetsen of het ontwerp inderdaad veilig en gezond kan worden gebouwd, gebruikt, onderhouden en gesloopt. Als dat naar zijn mening niet of onvoldoende het geval is, moet hij hierover vragen stellen aan de opdrachtgever. Anders kan het zo zijn dat in een later stadium problemen of gevaren niet verhaalbaar zijn.

Wat de aannemer mag verwach­ten van de opdrachtgever

De opdrachtgever is tijdens zowel de initiatieffase, de ontwerpfase als de realisatiefase verantwoordelijk voor het veilig realiseren, gebruiken, onderhouden en slopen van het gebouw, zolang er een directe relatie is met de ontwerpkeuzes.

Tijdens de initiatief- en ontwerpfase:

  • De opdrachtgever stelt een coördinator ontwerpfase (CO) aan.
  • De opdrachtgever toetst de te betrekken partijen (zoals de architect, de adviseurs voor constructies en gebouwinstallaties) op competenties en ervaring op het vlak van ontwerpen voor veilig en gezond bouwen, onderhouden en slopen.
  • De opdrachtgever, of de CO namens hem, verzekert zich ervan dat de architect hetzelfde veiligheidsniveau nastreeft als hijzelf. Zo vraagt hij om een risicoanalyse ten aanzien van veilig bouwen, onderhouden en slopen, en zal hij indien nodig wijzigingen laten aanbrengen in het ontwerp.
  • De opdrachtgever toetst concrete maatregelen ten behoeve van veilig onderhoud aan gebouwen. Bij risicovolle gebouwen is aan te raden om te kiezen voor extra waarborgen. De opdrachtgever kan bijvoorbeeld een onafhankelijk oordeel (second opinion) vragen over het ontwerp ten aanzien van veilig onderhoud.
  • De opdrachtgever vraagt aan het einde van deze fase een omgevingsvergunning aan en meldt het werk aan bij de NLA. De opdrachtgever is dus ook aanvrager van de vergunning, al kan hij daartoe een ander (bijv. de architect) machtigen. Nadat de vergunning is toegekend blijft hij als vergunninghouder eindverantwoordelijk voor het voldoen aan de eisen uit de vergunning en de regelgeving.
  • De opdrachtgever benoemt een coördinerende uitvoerende partij en verplicht andere partijen hieraan mee te werken.
  • De opdrachtgever levert conform het Arbobesluit een ontwerpbeschrijving op met tekeningen en een ‘V&G-planontwerp’ met een dossier.

Tijdens de realisatiefase:

  • De opdrachtgever moet duidelijk maken wie hij waarvoor aansprakelijk stelt en wat mogelijke onduidelijkheden zijn. Het is noodzakelijk dat hij de aandacht voor veilig bouwen, onderhouden en slopen opneemt in de contracten. Ook moet hij regelen dat veranderingen aan het ontwerp en consequenties daarvan door hemzelf of de coördinator in het dossier en het V&G-plan worden bijgehouden. Dit is zijn verantwoordelijkheid totdat de feitelijke realisatie begint.
  • De opdrachtgever zorgt voor deskundigheid om te controleren of het bouwwerk dat aan het einde van de realisatiefase wordt opgeleverd, voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt. Hij kan zich in deze fase laten adviseren. Hij kan voor veilig onderhoud bijvoorbeeld laten kijken naar bouwkundige eisen aan de gevel en de installatietechniek.
  • wanneer tijdens de uitvoering van het bouwwerk blijkt dat in de ontwerpfase gevaren hadden kunnen worden voorzien, mag op basis van 2.31 onder e van de coördinator uitvoering worden verwacht dat hij in overleg gaat met de opdrachtgever om het ontwerp of het V&G plan aan te passen of uit te breiden. Tekortkomingen daarin zijn via 2.33 onder b bij de uitvoerende partij te handhaven.

V&G-Plan

De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het opstellen van een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan). Dit plan beschrijft hoe hoofdaannemers en onderaannemers samenwerken en welke veiligheidsmaatregelen zij treffen om de veiligheid van werknemers te waarborgen op een bouwplaats. In de ontwerpfase stelt de coördinator ontwerpfase, onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever  het V&G plan op.

De coördinator ontwerpfase kan, aan de hand van de risico-inventarisaties en -evaluaties, zelf een V&G-plan opstellen of kan dat door anderen laten doen. Ook voor de uitvoeringsfase is een verplichting voor het aanstellen van een coördinator van kracht: de V&G coördinator uitvoeringsfase. Vanaf de gunning is de uitvoerende partij (de werkgever die aangewezen is om de coördinatie op zich te nemen) verantwoordelijk voor het actueel houden en aanvullen van het V&G-plan.

De wetgeving spreekt slechts over één V&G-plan, dat dus de hele cyclus omvat, vanaf ontwerpfase tot aan de oplevering. Maar in de praktijk kom je vaak twee V&G-plannen tegen, één voor de ontwerpfase en één voor de uitvoeringsfase (V&G-plan ontwerpfase en V&G-plan uitvoeringsfase). Dat mag, mits er inhoudelijk een duidelijke relatie is tussen beide plannen. Dit omwille van een consistente opbouw van maatregelen vanuit het ontwerp. Als een aannemer ook het ontwerp maakt, zoals bij design & build contractvormen, zal hij vaak het V&G-plan ontwerpfase en uitvoeringsfase combineren in één plan. Uiteindelijk moet het V&G-plan voldoen aan artikel 2.28 van het Arbobesluit.

Een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) kent verschillende fasen, afhankelijk van het bouwproces en de betrokken partijen:

  1. Ontwerpfase: de studie-, ontwerp- en uitwerkingsfase van het ontwerp van een bouwwerk: In deze fase, wordt het V&G-plan opgesteld. Het beschrijft de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen die nodig zijn tijdens het ontwerp van het bouwwerk. Hierbij wordt gekeken naar mogelijke risico’s en veiligheidsaspecten. In de ontwerpfase wordt alleen aandacht geschonken aan de gevaren die het gevolg zijn van de gemaakte ontwerpkeuzen. Gevaren die voortvloeien uit het productieproces zijn dan nog niet relevant, tenzij dit proces in de ontwerpfase direct of indirect is voorgeschreven.
  2. Uitvoeringsfase: de fase waarin het bouwwerk materieel tot stand wordt gebracht: Dit is de fase waarin de hoofdaannemer verantwoordelijk is. Het V&G-plan wordt uitgevoerd en gecoördineerd tijdens de bouw. De focus ligt op het waarborgen van veiligheid en arbeidsomstandigheden op de bouwplaats.

Op grond van artikel 2.28 lid 1 Arbobesluit rust op de opdrachtgever de zorgplicht om ten aanzien van bouwwerken die voor de veiligheid en gezondheid van werknemers bijzondere gevaren met zich meebrengen, als bedoeld in bijlage II bij de richtlijn, een V&G-plan op te (laten) stellen.

De coördinator ontwerpfase heeft op grond van artikel 2.30 van het Arbobesluit de taak om namens de opdrachtgever een veiligheids- en gezondheidsplan als bedoeld in artikel 2.28 van het Arbobesluit op te stellen of te laten opstellen.

Het V&G-plan is essentieel om de coördinatie tussen alle betrokken partijen te verbeteren en de veiligheid gedurende het hele bouwproces te waarborgen. Het omvat onder andere informatie over de betrokken personen, taken, en veiligheidsmaatregelen. Artikel 2.32 lid 1 onder c van het Arbobesluit bepaalt dat het de opdrachtgever is die ervoor moet zorgen dat V&G-plan, bedoeld in artikel 2.28 Arbobesluit, deel uitmaakt van het bestek betreffende het bouwwerk en vóór aanvang van de werkzaamheden volledig is en op de bouwplaats beschikbaar is.

.Het is niet de bedoeling dat RI&E’s of andere bedrijfseigen plannen worden opgenomen in het V&G-plan. Het V&G-plan behoort toegesneden te zijn op de werkelijke knelpunten en geen optelsom van de RI&E’s van de betrokken (onder)aannemers. Bij het V&G-plan gaat het juist om overkoepelende risico’s die de gebruikelijke risico’s overstijgen en die iedere werkgever en zelfstandige niet voor zichzelf kan afdekken. Denk hierbij aan extra risico op vastraken of vallen, of risico’s die ontstaan door het werk van andere (bouw)bedrijven of door de omgeving. Voorbeelden van gevaren, die in de bedrijfs-RI&E van de werkgever behandeld kunnen worden, zijn individueel werken op hoogte, zwaar tillen of de standaard chemische stoffen bij de eigen bouwwerkzaamheden.

Het ‘wegcontracteren’ van de verantwoordelijkheid die een opdrachtgever op grond van het Arbobesluit heeft met betrekking tot het opstellen van een V&G plan en vóór aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats beschikbaar zijn van dit V&G plan is niet mogelijk.

In de uitvoeringsfase wordt het plan uitgevoerd door een van de uitvoerende partijen, zoals de hoofdaannemer. Deze partij benoemt een coördinator die toezicht houdt op de naleving van het V&G-plan op de bouwplaats.

Als een V&G plan verplicht is, dienen opdrachtgever en uitvoerende partij dat in te vullen. Dit geldt voor beiden voor zover de voortgang van het bouwproces dit bij de een of bij de ander neerlegt.

Die grens, wat door de opdrachtgever en wat door de uitvoerende partij moet gebeuren is situationeel afhankelijk. Of de opdrachtgever al iets kan weten van de zaken die hij in het plan moet opschrijven, bijvoorbeeld over de zogenaamde “samenlooprisico’s”, over “de betrokken ondernemingen op de bouwplaats” of over “de wijze waarop toezicht op de maatregelen wordt uitgeoefend”, kan per project verschillen.

V&G-(DEEL)PLAN

casus
Uit een strafrechtelijk onderzoek  naar een arbeidsongeval is gebleken dat de hoofdaannemer ervoor gekozen heeft om de risico’s van de graafwerkzaamheden middels een Veiligheids- en Gezondheidsdeelplan (hierna: V&G-deelplan) op een later moment in de uitvoeringsfase aan het project Veiligheids- en Gezondheidsplan uitvoeringsfase (hierna: project V&G-plan uitvoeringsfase) toe te voegen. De opdrachtgever ging daarmee akkoord. Echter, het V&G-deelplan is nimmer gemaakt.

Dit incident roept de vraag op of het voor een opdrachtgever, strafrechtelijk bezien, verstandig is om te werken met een V&G-deelplan?

Het OM heeft de opdrachtgever ten laste gelegd dat hij als opdrachtgever er niet voor heeft gezorgd dat ten aanzien van de graafwerkzaamheden een V&G-plan was opgesteld.

Uit de tenlastelegging blijkt dat het OM het hanteren van een V&G-deelplan niet als een overtreding van de Arbowet kwalificeerde. Het OM legde het ontbreken ervan uit als het ontbreken van een V&G-plan voor de graafwerkzaamheden.

Het OM verweet de opdrachtgever dat het de keuze van de opdrachtgever en hoofdaannemer was om de graafwerkzaamheden niet in het project V&G-plan uitvoeringsfase op te nemen, inclusief de daarbij behorende risico-inventarisatie en- evaluatie, maar om dit op een later tijdstip in de uitvoeringsfase te doen, middels een V&G-deelplan.

De belangrijkste vraag die beantwoord moet worden is wie er wanneer voor moet zorgen dat het V&G-plan (o.a.) een inventarisatie en evaluatie bevat van (in dit specifieke geval) de risico’s van graafwerk, en maatregelen, afspraken en toezicht op grond van die inventarisatie en evaluatie. Of dit een V&G-deelplan wordt genoemd (dat in de wet inderdaad niet bestaat) is dan minder relevant.

Die grens, wat door de opdrachtgever en wat door de uitvoerende partij moet gebeuren is situationeel afhankelijk. Of de opdrachtgever al iets kan weten van de zaken die hij in het plan moet opschrijven, bijvoorbeeld over de zogenaamde “samenlooprisico’s”, over “de betrokken ondernemingen op de bouwplaats” of over “de wijze waarop toezicht op de maatregelen wordt uitgeoefend”, kan per project verschillen.

Om die reden moet er onderbouwd worden dat het al vóór aanvang van het bouwwerk duidelijk was dat de specifieke gevaren van graafwerk daar onderdeel van uitmaakten. En dat het V&G-plan dus op dat moment al de in de eerste zin genoemde onderdelen moest bevatten (en de BTO-keuzen die i.v.m. de veiligheid van werknemers en zelfstandigen in de uitvoering worden gemaakt), en dat dat, op grond van art 2.28 lid 1, de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever was. Als hij dit door de hoofdaannemer laat uitvoeren, ontslaat dat de opdrachtgever niet van zijn wettelijke verantwoordelijkheid.

De regelgeving (Arbowet en Arbobesluit)  kent niet het begrip V&G-deelplan. Indien er voor specifieke werkzaamheden op de bouwplaats een V&G-deelplan geschreven moet worden dan zal bij het ontbreken hiervan dit beschouwd worden als het ontbreken van een V&G-plan voor deze specifieke werkzaamheden.

Elke werkgever moet ten behoeve van het gezond en veilig werken voor zijn eigen personeel een RIE opstellen. Als bouwwerken bijzondere gevaren met zich meebrengen zoals bijvoorbeeld die opgenomen zijn in de niet-limitatieve lijst in bijlage II van de richtlijn 92/57/EEG of het bouwwerk is op grond van artikel 2.27 meldingsplichtig, moet de opdrachtgever ervoor zorgen dat een V&G-plan wordt opgesteld. Dit plan is nodig vanwege en gerelateerd aan de ‘overkoepelende risico’s’ die verbonden zijn met het werken op de bouwplaats en die iedere werkgever en zzp’er niet voor zichzelf kan afdekken. Of er bijzondere gevaren en risico’s zijn moet blijken uit een specifieke projectgerichte inventarisatie daarvan. Zo als bedoeld in Arbobesluit artikel 2.28, lid 2 onder b en verder. Deze inventarisatie is ook nodig om de coördinatie te kunnen voeren. Het gaat om een V&G-plan dat is toegeschreven op de risico’s van het specifieke bouwwerk. Het gaat om de specifieke gevaren die kunnen voorkomen in dat bouwwerk en de maatregelen om deze gevaren te bestrijden en als dat niet mogelijk is de risico’s te beheersen.

In de casus is het vaststellen dat er sprake is van graafwerk reden om een V&G-plan te op te stellen. Het spreekt voor zich dat dit V&G-plan dan specifiek zal moeten ingaan op de risico’s die betrokken zullen zijn bij de graafwerkzaamheden en de maatregelen die genomen moeten orden om deze risico’s zoveel mogelijk te elimineren. Er zijn dan verschillende situaties mogelijk: V&G-plan ontbreekt, is onvolledig of onjuist.

In de betreffende casus heeft het OM de opdrachtgever ten laste gelegd dat hij als opdrachtgever er niet voor heeft gezorgd dat ten aanzien van de graafwerkzaamheden een V&G-plan was opgesteld. 

In het geval van een ‘V&G deelplan’ rust op de  opdrachtgever de verplichting zorg te dragen voor de aanwezigheid van een V&G-plan voor de te verrichten werkzaamheden (het door de partijen overeengekomen V&G-deelplan).

Het opstellen van het V&G-plan zoals bedoeld in artikel 2.28 is een wettelijke verplichting die bij de opdrachtgever is neergelegd. Dit V&G-plan dient een project specifieke inventarisatie en evaluatie van specifieke gevaren te bevatten. Ook de maatregelen en de afspraken met betrekking tot die maatregelen dienen te zijn beschreven. Het spreekt voor zich dat hier de risico-inventarisaties, werkplannen, projectplannen, of “deel-V&G-plannen” van onderaannemers belangrijke input kunnen opleveren.

Beschikbaarheid van deze informatie is o.a. afhankelijk van de voortgang van het bouwproces.

De keuze van een opdrachtgever en hoofdaannemer om bepaalde bouwwerkzaamheden niet in het project V&G-plan uitvoeringsfase op te nemen, inclusief de daarbij behorende risico-inventarisatie en- evaluatie, maar om dit op een later tijdstip in de uitvoeringsfase te doen, middels een ‘V&G-deelplan’ gaat voorbij aan het gestelde in Artikel 2.32 lid 1 onder c Arbobesluit waarin bepaalt wordt dat het de opdrachtgever is die ervoor moet zorgen dat V&G-plan, bedoeld in artikel 2.28 Arbobesluit, deel uitmaakt van het bestek betreffende het bouwwerk en vóór aanvang van de werkzaamheden volledig is en op de bouwplaats beschikbaar is.

Er wordt door de onderaannemer een aanvulling geschreven op het vigerende V&G plan wanneer de gezamenlijke risico’s die voorvloeien uit de werkzaamheden van deze onderaannemer niet beschreven zijn in dit V&G plan. Deze aanpassing dient besproken en afgestemd te worden met de coördinator uitvoeringsfase. Dit ligt ook in lijn met de verplichting van elke werkgever op de bouwplaats zoals beschreven in artikel 2.35 van het Arbobesluit. Met name lid 1 en lid 3. Artikel 2.35 Lid 1 verwijst namelijk naar de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever zoals neergelegd in artikel 3 (arbobeleid) , 5 (RI&E), 8 (voorlichting en onderricht en toezicht) en artikel 19, 1e lid (verschillende werkgevers moeten onderling op doelmatige wijze samenwerken).

[LET OP!! Het is dus niet de bedoeling om op voorhand van de onderaannemer een ‘V&G deelplan’ op te vragen terwijl deze nog niet kennis heeft kunnen nemen van het vigerende V&G plan.]

Bij wet is geregeld dat de opdrachtgever een project-specifiek V&G-plan moet opstellen en afhankelijk van de voortgang in het bouwproces ervoor moet(laten)  zorgen dat het V&G-plan volledig is vóór aanvang van de werkzaamheden. En verder is t.a.v. de (onder)aannemer geregeld dat hij verplicht is tot naleving van en medewerking aan het V&G-plan, voor zover en op de wijze als daarin t.a.v. de door hem te doen verrichten werkzaamheden is bepaald en daarbij rekening te houden met de aanwijzingen van de coördinator voor de uitvoeringsfase.]

VERGEWISSEN

De opdrachtgever dient zich in de ontwerpfase ervan te vergewissen dat werkgevers en zelfstandigen in de uitvoeringsfase in staat zullen zijn de Arbo verplichtingen na te komen (conform art. 2.26 Arbobesluit). Deze verplichting wordt ook wel de vergewisplicht genoemd en is met het doorlopen van twee stappen te beantwoorden. Dit noemen we de

Twee stappen van ontwerppreventie:

  1. Is de opdrachtgever in de ontwerpfase nagegaan welke risico’s als gevolg van ontwerp of opdracht (kunnen) ontstaan tijdens de uitvoeringsfase?

De coördinator voor de ontwerpfase ziet toe op het, tijdens het ontwerpproces, beoordelen van de risico’s die het gevolg zijn van de keuzen die in het ontwerpproces worden gemaakt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan risico’s verbonden aan:

  • de plek van het bouwwerk op de locatie,
  • de vorm,
  • het volume
  • de voorkeur voor uitstraling van het bouwwerk
  • materiaalkeus…..
  • Heeft de opdrachtgever zich er in de ontwerpfase van vergewist dat tijdens de bouw(uitvoerings)fase de nodige maatregelen getroffen kunnen worden in de specifieke situatie?

Wat betekent het dat je als opdrachtgever ervan vergewist dat de werkgevers en zelfstandigen op de bouwplaats aan hun arboverplichtingen kunnen voldoen?

Deze vergewisplicht is veelomvattend. Enkele terreinen en voorbeelden (niet-limitatief) zijn o.a.:

  • het (laten) inventariseren van gevaren en risico’s die verbonden zijn aan het bouwwerk.

→ Het opstellen van een projectspecifieke risico -inventarisatie en evaluatie.

  • het maken van bouwkundige, technische en organisatorische keuzen (BTO) in de ontwerpfase waarmee gevaren en risico’s kunnen worden voorkomen.

→Projectspecifieke keuzes maken en vastleggen waarmee gevaren en risico’s worden voorkomen.

  • het zoveel mogelijk beperken van de resterende risico’s en op het bieden van randvoorwaarden die veilig en gezond werken mogelijk maken (zoals een goede planning, coördinatie, voldoende tijd en geld).

→Vastleggen van restrisico’s / controleren of deze zoveel mogelijk beperkt zijn.

→Bewust keuzes in de genoemde randvoorwaarden

  • Ook is het mogelijk bij de aanbesteding te kijken naar past performance en de inzet om gezond en veilig werken te hanteren als selectiecriterium.

→Keuze vooraf van partijen die veiligheid en gezondheid (aantoonbaar) hoog in het vaandel hebben.

  • Het waarborgen van toezicht in alle fasen van het bouwproces speelt ook een belangrijke rol. Dit toezicht heeft voor de opdrachtgever betrekking op de taken die de coördinator ontwerpfase moet uitvoeren. Daarnaast heeft dit toezicht ook te maken met de afspraken die de opdrachtgever met de uitvoerende partij heeft gemaakt over de taken die de coördinator van de uitvoerende partij dient uit te voeren.
  • De uitvoerende partij heeft daarbij ook nog een zelfstandige verantwoordelijkheid voor het uitoefenen van toezicht op de bouwplaats. De werkgevers hebben ook een zelfstandige taak voor het uitoefenen van toezicht op hun eigen werknemers.

→De organisatie van het toezicht

  • Het belang van het aanstellen en de taken goed (kunnen) laten uitvoeren door coördinator ontwerpfase c.q coördinator uitvoeringsfase.

→Aanstellen van en eisen stellen aan competentie en uitvoeren van taken coördinatoren.

  • De opdrachtgever laat bij de calculatiefase de arborisico’s uit het V&G-plan meenemen.

→Rekenen met ARBO

Het uiteindelijke doel is dat je als opdrachtgever serieus van tevoren (in de ontwerpfase) nagaat dat de werkgevers op de bouwplaats aan hun arboverplichtingen kunnen voldoen. Als opdrachtgever doe je daarvoor het belangrijke voorwerk. Hoe beter die basis hoe veiliger het werk kan worden uitgevoerd.

De betreffende arboverplichtingen zijn vastgelegd in de Arbowet:

  • Elke werkgever heeft een zorgplicht voor zijn werknemers (artikel 3 Arbowet)
  • Elke werkgever moet de arborisico’s voor zijn werknemers inventariseren en evalueren (RI&E; artikel 5 Arbowet)
  • Elke werkgever moet voorlichting en onderricht geven over arborisico’s en maatregelen (artikel 8 Arbowet)

Als opdrachtgever moet je er tijdig voor zorgen dat de werkgevers/zelfstandigen op de bouwplaats deze verplichtingen kunnen nakomen. Het gaat dus om een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en uitvoerende partij (werkgevers en zelfstandigen).

De opdrachtgever zal zich inzake de risico’s/gevaren uit stap 1 ervan moeten vergewissen of voldoende tijd, ruimte, toegang, middelen, gelegenheid etc. is in de uitvoering om adequate maatregelen te treffen. Dit veronderstelt dat hij beoordeelt of de maatregelen in deze specifieke (bouw)situatie inderdaad getroffen kunnen worden. Het noemen van standaardmaatregelen (bijv. steiger plaatsen, tilhulp gebruiken, gebied afzetten, verkeersplan, ruime opslag materialen, niet gelijktijdig in elkaars buurt werken, kleinere plafondplaten) is niet de bedoeling van deze vraag. Hij moet beoordelen of de voorgeschreven maatregelen ook daadwerkelijk kunnen worden gebruikt en toegepast op deze specifieke plek en in dit project. Dan is er pas sprake van “zich vergewissen van” de gevolgen van de opdracht voor de arbo in de uitvoeringsfase en/of de uitvoerbaarheid van de in de uitvoeringsfase te nemen maatregelen.

Samenvattend:

Het gaat bij zich vergewissen en de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever dus om de omgang met gevaren en risico’s die in de ontwerpfase te voorzien en te beïnvloeden zijn en BTO-keuzen die in de ontwerpfase worden gemaakt. Niet om uitvoeringsrisico’s die op de werkvloer kunnen ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van een samenloop van niet voorzienbare omstandigheden.

Op welke wijze geeft de opdrachtgever dan uitvoering aan de vergewisplicht:

  1. De opdrachtgever heeft (tijdig) een CO aangesteld.
  2. De opdrachtgever heeft een schriftelijke overeenkomst met de uitvoerende partij opgesteld. Hierbij zijn de verplichtingen voor de uitvoerende partij, bedoeld in de artikelen 2.29 en 2.33 van het Arbobesluit, vastgelegd.
  3. De opdrachtgever heeft een V&G-plan opgesteld waarin de gevaren en risico’s die verbonden zijn aan het bouwwerk zijn geïnventariseerd.
  4. In dit V&G-plan zijn vanuit de ontwerpfase onderbouwde BTO-keuzen gemaakt waarmee risico’s in de uitvoeringsfase voorkomen kunnen worden.
  5. De opdrachtgever heeft, bij het vaststellen van beperkende factoren voor het treffen van maatregelen, gezocht naar aanpassing van het ontwerp of heeft redelijke argumenten waarom dat niet kan.
  6. De resterende risico’s zijn zoveel mogelijk beperkt.
  7. De opdrachtgever heeft de randvoorwaarden gecreëerd voor de uitvoerende partij om adequate V&G maatregelen te treffen.
  8. De planning is zodanig dat risico’s ten gevolge van tijdsdruk, overlappende werkzaamheden zijn voorkomen.
  9. De veiligheidscoördinatie is helder en eenduidig geregeld.
  10. Er is voldoende budget om benodigde veiligheidsmaatregelen te kunnen nemen.
  11. Door de opdrachtgever wordt het criterium past performance bij aanbestedingen gehanteerd en is de inzet om veilig en gezond te werken een selectiecriterium hierbij.
  12. De opdrachtgever ziet er op toe dat de CO zijn werk naar behoren kan vervullen en ook daadwerkelijk uitoefent.
  13. De opdrachtgever gaat na of de afspraken uit de schriftelijke overeenkomst met de uitvoerende partij daadwerkelijk worden nagekomen.

Indien de opdrachtgever niet voldaan heeft aan zijn vergewisplicht, is dat een overtreding van artikel 2.26.

De opdrachtgever en uitvoerende partij stellen een of meer coördinatoren aan voor de ontwerpfase en voor de uitvoeringsfase als er sprake is van twee of meer werkgevers, een of meer werkgevers en een of meer zelfstandigen of twee of meer zelfstandigen.

Oefent de coördinator ontwerpfase namens de opdrachtgever de taken naar behoren uit?

Om dit te beantwoorden moet nagegaan worden of de coördinator ontwerpfase:

  1. de uitvoering van art. 2.26 Arbobesluit (“de twee stappen van” ) bewerkstelligt,
  2. een V&G plan (2.28 Arbobesluit) opstelt of dat laat doen,
  3. het veiligheids- en gezondheidsdossier voor de latere gebruiks- of sloopfase opstelt (voor inhoud, zie tekst artikel 2.30 Arbobesluit).

Een onvoldoende taakuitvoering van de coördinator en onvoldoende aanwezigheid of kwaliteit van de uitkomsten wordt niet t.a.v. de coördinator gehandhaafd, maar t.a.v. de opdrachtgever.

De schriftelijke overeenkomst met de uitvoerende partij

Heeft de opdrachtgever de verplichtingen voor de uitvoerende partij (zoals bedoeld in artikel 2.29 en 2.33) vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst?

In deze schriftelijke overeenkomst -die overigens vormvrij is- worden dus de verplichtingen voor de uitvoerende partij vastgelegd. Daaronder vallen:

  • het aanstellen van een coördinator uitvoeringsfase en;
  • zowel de uitoefening van taken van de coördinator uitvoeringsfase als het nemen van zodanige maatregelen door de uitvoerende partij zodat de coördinator uitvoeringsfase zijn taken naar behoren kan vervullen;
  • De taken uit artikel 2.31 a tot en met f (verwijzing vanuit artikel 2.33) dienen daarin te zijn benoemd en belegd.

Neemt de uitvoerende partij (voldoende) maatregelen opdat de taken van de coördinator voor de uitvoeringsfase naar behoren uitgeoefend worden?

Voor de uitvoerende partij geldt dezelfde aanpak en tekst als bij de verplichtingen van de opdrachtgever. Ook de uitvoerende partij dient ervoor te zorgen dat deze taken naar behoren uitgevoerd worden en uitgevoerd kunnen worden. Het is ook hier van belang bewijs voor de oorzaken van onvoldoende functioneren (zoals gebrek aan tijd, kennis, middelen, motivatie, verkeerde prioriteit etc.) te verzamelen en op te nemen in de handhaving, aanvullend aan de feitelijke constatering van een overtreding of niet/onjuist uitgevoerde maatregel op de bouwplaats. Daarbij kan aan de uitvoerende partij gevraagd worden of en hoe de taakuitvoering van de coördinator is onderzocht en welke maatregelen zijn genomen wanneer uit dat onderzoek is gebleken dat taken niet naar behoren (konden) worden uitgevoerd. Er is immers onder 3) vastgesteld dat één of meerdere taken onvoldoende uitgevoerd wordt/worden.

De uitvoerende partij moet regelmatig nagaan of dat zo is, waarom dat zo is en maatregelen treffen om dat te voorkomen.

Er zijn door de uitvoerende partij afspraken gemaakt over het toezicht op de uitvoering van de taken van de coördinator.

Wanneer tijdens de uitvoering van het bouwwerk blijkt dat in de ontwerpfase gevaren hadden kunnen worden voorzien, mag op basis van 2.31 onder e van de coördinator uitvoering worden verwacht dat hij in overleg gaat met de opdrachtgever om het ontwerp of het V&G plan aan te passen of uit te breiden.

V&G-COÖRDINATOR ONTWERPFASE

Het wegnemen van risico’s voor veiligheid en gezondheid (V&G) in de uitvoerings- en gebruiksfase van gebouwen is lastiger en kostbaarder dan het voorkomen ervan. Een V&G-coördinator ontwerpfase beoordeelt de V&G-aspecten al in een vroeg stadium van het ontwerp en het ontwerpproces van het gebouw. Onveilige of ongezonde werksituaties in de uitvoeringsfase en gebruiksfase worden zo voorkomen.

V&G ANALYSE DOOR COORDINATOR Ontwerpfase

De CO analyseert het bouwplan en bespreekt met de betrokken partijen de V&G-risico’s die in de ontwerpfase niet of nog onvoldoende zijn weggenomen. Een V&G-coördinator ontwerpfase is aanwezig bij de ontwerpvergaderingen en inventariseert, adviseert en maakt een V&G-plan.

V&G IN DE GEBRUIKSFASE EN HET V&G-DOSSIER

De V&G-coördinator ontwerpfase kijkt ook kritisch naar de onderhoudsveiligheid van het gebouw tijdens de gebruiksfase. Hij doet suggesties voor voorzieningen voor veilig onderhoud aan het gebouw en bespreekt deze met de ontwerpende partij en de opdrachtgever.

De V&G-coördinator ontwerpfase stelt ook het V&G-dossier samen. Het V&G-dossier bevat informatie over onderhoudswerkzaamheden tijdens de gebruiksfase en is bestemd voor de eigenaar of beheerder van het gebouw.

TAKEN VAN DE V&G-COÖRDINATOR

De V&G-coördinator ontwerpfase voert verschillende taken uit:

  • Het bouwplan inventariseren om zo veel mogelijk V&G-risico’s in het ontwerp aan te wijzen en suggesties voor verbeteringen te doen.
  • Tijdens het gehele ontwerpproces aanwezig zijn bij de ontwerpvergaderingen en adviseren over de maakbaarheid van het gebouw en de veiligheid van de bouwplaats en de omgeving.
  • Ervoor zorgen dat het onderwerp veiligheid en gezondheid de aandacht houdt en dat de verschillende partijen er duidelijke afspraken over maken.
  • Een eerste versie van een V&G-plan maken. De basisversie van dit V&G-plan bevat minimaal de bijzondere risico’s van het ontwerp.
  • Het V&G-plan uitbreiden met nieuwe afspraken over veiligheidsmaatregelen en -voorzieningen die voortkomen uit uitvoeringstechnische zaken die aan het ontwerp worden toegevoegd. Het V&G-plan is dus een dynamisch document dat telkens wordt aangepast aan de actuele situatie.
  • Gevaren die tijdens het ontwerp naar voren kom en in kaart brengen, zodat werknemers goed kunnen worden voorgelicht.
  • Adviseren over voorzieningen tegen weer en wind in het ontwerp. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat het gebouw snel wind-en waterdicht kan worden gemaakt of door werkplekken ‘in te pakken’.
  • Adviseren over keuzes over de veiligheid en bouwmethode. Dit kan gaan over het afsluiten van wegen of deze voorzien van bouwhekken, zodat veilig kan worden gewerkt. Het kan ook gaan om het toepassen van volledig afgewerkte prefabelementen en deze in de juiste volgorde en de juiste tijdstippen aan laten leveren. Een grote materiaalopslag op de bouwlocatie is dan niet nodig. Andere voorbeelden zijn het aanbrengen van trappen en liften tijdens de ruwbouwfase of het kiezen voor gietvloeren als arbeidsvriendelijk alternatief voor zandcementvloeren.

Taken coördinator uitvoeringsfase

  • De coördinator voor de uitvoeringsfase regelt dat alle genoemde coördinatietaken (art 2.31 Arbobesluit) worden uitgevoerd. In de bijlage behorende bij Abomafoon 1.31 ‘COÖRDINATOR VOOR DE UITVOERINGSFASE’ zijn deze taken en verantwoordelijkheden nader gespecificeerd, met daarachter een voorbeeld hoe er gedelegeerd kan worden binnen het projectteam..
  • Met de wijziging van de bouwprocesbepalingen in het Arbobesluit in 2017 zijn de taken van de coördi­nator uitvoeringsfase duidelijker omschreven. Zo is het ‘coördineren’ van V&G-maat­regelen vervangen door ‘bewerkstelligen’, waarbij wordt benadrukt dat de coördinator vooral de afstemming organiseert van maatregelen, voorlichting en toezicht, maar daarbij niet alles zelf uitvoert. Hij kan dit dus delegeren naar zijn medewerkers binnen het projectteam.
  • Een van zijn taken is het (laten) bijhouden van het V&G-plan, dat in een eerder stadium wordt opge­steld door de coördinator ontwerpfase (inclusief relevante informatie over de aanwezigheid van asbest, verontreinigde grond of waterbodems). Dit V&G-plan benoemt de risico’s en maatregelen, die ver­bonden zijn aan het betreffende bouwwerk en de achtereenvolgende bouw­processen. Het gaat dan om de overkoepelende risico’s, die iedere werkgever en zelfstandige op de bouwplaats niet voor zichzelf kan afdekken (zie ook Abomafoon 1.36 Veiligheids- en Gezondheidsplan).

De coördinator voor de uitvoeringsfase coördineert de veiligheid en gezondheid van alle (onder)aannemers en zelfstandigen op de bouwplaats (veiligheid ‘binnen de bouw­hekken’). De opdrachtgever wijst degene aan die de rol vervult van de veiligheidscoördinator voor de omgeving en het moment waarop deze coördinator zijn taak vervult. De rol van veiligheidscoördinator en die van V&G-coördinator voor de uitvoeringsfase zijn goed te combineren en kunnen door dezelfde functio­naris worden ingevuld. Ook het veiligheidsplan voor de directe omgeving en het V&G-plan voor de bouw­plaats mogen samengevoegd worden tot één plan.

Wanneer de coördinator uitvoeringsfase zijn/haar taken bedoeld in artikel 2.31 van het Arbobesluit niet naar behoren uitoefent kan de opdrachtgever hierop niet aangesproken worden omdat  artikel 2.33 van het Arbobesluit bepaalt dat  deze zorgplicht hiervoor toegedicht is aan de uitvoerende partij

AANVULLENDE INFORMATIE:

Opdrachtnemer handreiking rol en verwachting

Abomafoon 1.31 COÖRDINATOR VOOR DE UITVOERINGSFASE

Wat-als-coördineren-op-de-bouwplaats-niet-goed-gaat

STRAFRECHTELIJKE RISICO’S VAN V&G-DEELPLANNEN

Coordinatie-bouwproces-volgens-de-Richtlijn-9257EEG

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *