Het melden van arbeidsongevallen

Volgens de Arbowet is iedere organisatie verplicht om bepaalde arbeidsongevallen te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). De meldingsplicht geldt ook voor alle personen die onder gezag werken, zoals een uitzendkracht, zzp-er en een vrijwilliger.

Checklist arbeidsongevallen

Arbeidsongevallen willen we natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen. Als je toch te maken krijgt met een arbeidsongeval, geldt in bepaalde gevallen een meldingsplicht bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en een registratieverplichting. Het nieuwe arboproduct  van de VBNE ‘checklist arbeidsongevallen’ biedt hierbij enige houvast. Geadviseerd wordt om alle ongevallen en ook ‘bijna ongevallen’ in je organisatie te registreren om trends te kunnen waarnemen en gericht preventieve maatregelen te kunnen nemen.   

Wat is een arbeidsongeval.

Een ongeval dat plaatsvindt op het werk of tijdens werktijd noemen we een arbeidsongeval.

Definitie arbeidsongeval volgens de Arbeidsomstandighedenwet:

“een aan een werknemer in verband met het verrichten van arbeid overkomen ongewilde, plotselinge gebeurtenis, die schade aan de gezondheid tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad en heeft geleid tot ziekteverzuim, of de dood tot vrijwel onmiddellijk gevolg heeft gehad”

Werknemers brengen veel tijd door op hun werk. De kans dat daar eens iets misgaat, is daardoor reëel aanwezig. Een ongeval kan op verschillende locaties plaatsvinden. Bijvoorbeeld op kantoor, een werkplaats of werkschuur, in een bezoekerscentrum of op een buitenlocatie bij werkzaamheden op locatie bijvoorbeeld in bos en natuur.

Registratie arbeidsongevallen.

Om arbeidsongevallen in de organisatie te voorkomen en bestrijden, moet er een goed beeld zijn van de risico’s die iedereen loopt (b.v. werknemers, inleenkrachten, zzp-er, bezoekers en vrijwilligers). Naast een Risico-Inventarisatie geeft een goede ongevallen registratie daar inzicht in. Houd daarom goed bij welke arbeidsongevallen in je organisatie gebeuren en waar. Daar kan het preventiebeleid op worden aangepast. Hieronder staat een opsomming van welke gegevens van belang kunnen zijn bij het onderzoeken en registeren van ongevallen.

Hoe te handelen bij een onderzoek van de NLA naar de toedracht van het arbeidsongeval.

  • Je bent verplicht mee te werken aan een onderzoek van de Inspectie NLA
  • De Inspecteur NLA vraagt naar je legitimatie
  • Vraagt naar bedrijfscontactpersoon/preventie medewerker
  • Wil getuigen en medewerkers horen
  • Zeg eventueel toe schriftelijk te antwoorden als je het antwoord niet weet
  • Beperk je reactie tot de vraag van de Inspecteur NLA
  • Hou bij welke kopieën en bewijsmateriaal je meegeeft.
  • Voer altijd zelf een volledig ongevalsonderzoek uit

De ‘checklist arbeidsongevallen’ van VBNE is een goed hulpmiddel om in geval van een meldingsplichtig arbeidsongeval een correcte melding te doen en een eigen ongevalsonderzoek op te starten. Voor een goed onderzoek is ook van belang dat feiten en omstandigheden zo vroeg mogelijk en objectief worden vastgelegd.

De Nederlandse Arbeidsinspectie doet onderzoek

Wat is van belang om te weten wanneer de Arbeidsinspectie onderzoek doet naar een arbeidsongeval, om de ware toedracht te achterhalen.

Aanwezig zijn bij een verhoor.

Een derde heeft geen recht om aanwezig te zijn bij een verhoor. Anderzijds bestaat er geen wettelijk artikel om iemand te weigeren bij een verhoor aanwezig te zijn. De weigering heeft dus geen wettelijke basis, maar vloeit voort uit de taak van de inspecteur om een zorgvuldig onderzoek uit te voeren. Hij mag van eenieder inlichtingen vorderen mits dat redelijkerwijs voor het onderzoek noodzakelijk is. Als een derde bij het verhoor geweigerd wordt, dient toegelicht te worden waarom dat het geval is. Daarbij kunnen de volgende reden worden aangegeven:

Er moeten zeer zwaarwegende argumenten zijn als de inspecteur weigert om een advocaat van de getuige bij het verhoor aanwezig te laten zijn. In de praktijk zal dit dan ook zelden of nooit voorkomen.

  • Zorgvuldigheid:
    Indien personen aanwezig zijn bij het horen van een getuige die een belang kunnen hebben bij een bepaalde uitkomst van het onderzoek, komt de vereiste zorgvuldigheid in het gedrang. Dit betekent dat om de schijn van onzorgvuldigheid te vermijden, een inspecteur het verzoek om aanwezigheid van een derde bij een getuige verhoor weigert.
  • Vrijheid van verklaren:
    De aanwezigheid van een derde partij heeft altijd invloed op het verhoor. Welke invloed dit is, is echter niet altijd vast te stellen. Als de (raadsman van de) werkgever aanwezig is, bestaat het risico dat de werkgever bedoeld of onbedoeld een oneigenlijke invloed heeft op de verklaring van de werknemer. Het doel is dat de werknemer in vrijheid de waarheid verklaart zonder vrees voor represailles. De werkgever heeft een belang bij een bepaalde verklaring. Hij wil geen boete, eis, stillegging etc.. De werknemer bevindt zich in een afhankelijke positie ten opzichte van de werkgever. Dit kan tot gevolg hebben dat de werknemer niet in vrijheid de waarheid verklaart. De werknemer moet verteld worden dat zijn verklaring tijdens ons onderzoek, een onderdeel gaat uitmaken van onze uiteindelijke rapportage, welke gericht is aan zijn werkgever. 
  • Partijdigheid en belangenverstrengeling:
    Wat betreft de advocaat is het in strijd met artikel 10a (partijdigheid) en 11a (geheimhouding) van de Advocatenwet en regel 15 van de Gedragsregels advocatuur (voorkomen belangenverstrengeling) voor een advocaat om voor zowel de werkgever als de werknemer te werken in dezelfde zaak.

Wanneer een vertegenwoordiger van de verdachte rechtspersoon of een verdachte wordt gehoord, mag deze zich vooraf aan en tijdens het verhoor laten bijstaan door een advocaat.

Het beantwoorden van vragen gesteld door de inspecteur

De inspecteur is op grond van art 5:16 Algemene wet bestuursrecht (Awb) namelijk bevoegd om inlichtingen te vorderen van een getuige. Volgens het achtste lid van artikel 24 Arbeidsomstandighedenwet bestrijkt deze bevoegdheid het vorderen van inlichtingen als naam, voornamen, geboortedatum en adres. Daarnaast is op grond van artikel 5:20 van de Awb een ieder verplicht om aan een toezichthouder alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 

De verplichting tot het verlenen van medewerking (waarbij het antwoorden op een vordering tot inlichtingen valt) is in art 5:20, eerste lid, Awb neergelegd. Het niet voldoen aan deze verplichting is een strafbaar feit in de zin van artikel 184 Wetboek van Strafvordering.

Deze verplichting tot het verlenen van medewerking is niet onbeperkt. Net als een werkgever mag ook een werknemer die tevens getuige is, medewerking weigeren als zijn handelwijze als ‘criminal charge’ aangemerkt kan worden, in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en 14 derde lid van het Internationaal Verdrag voor Burger- en Politieke Rechten. Het begrip ‘criminal charge’ heeft betrekking op overtredingen van de getuige, als vermoedelijke overtreder of verdachte, die bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet beboetbaar of strafbaar zijn. In al die gevallen waarin een getuige een strafbare of beboetbare overtreding heeft gepleegd, is hij niet verplicht te antwoorden op vragen over zijn (vermeende) strafbaar of beboetbaar handelen. In het geval dat de getuige geen overtreding heeft begaan, geldt deze kanttekening dus niet en kan de persoon wel verplicht worden mee te werken. 

De medewerking van artikel 5:20 Awb kan ook nog worden afgedwongen via artikel 28b Arbeidsomstandighedenwet, op grond waarvan een last onder dwangsom kan worden opgelegd tegen degene die niet meewerkt.  

Een getuige dient naar waarheid te antwoorden.

De cautie

Zodra tijdens het onderzoek er een redelijk vermoeden is of blijkt dat een bestuursrechtelijke overtreding is gepleegd óf dat er een redelijk vermoeden is dat er een strafbaar feit is begaan, moet de verantwoordelijke hiervan in kennis gesteld worden. Hij moet dan de cautie krijgen voordat van hem verdere verklaringen worden afgenomen. Hij hoeft als (vertegenwoordiger van de) overtreder ​niet te antwoorden op vragen, want niemand is verplicht mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

Bijstan​d door een advocaat, of raadsman

Artikel 2:1 Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen kan laten bijstaan. Het moet dan wel gaan om het behartigen van de belangen van de vertegenwoordiger van de overtreder. 

Anders dan in het strafrecht hoeft een vertegenwoordiger echter, voorafgaand aan het verhoor, niet gewezen te worden op deze mogelijkheid tot bijstand. Als een vertegenwoordiger in het bestuursrecht echter wel een advocaat heeft of zich wil laten bijstaan door iemand anders, dan moeten er zeer zwaarwegende argumenten zijn als een inspecteur weigert om deze advocaat van de vertegenwoordiger bij het verhoor aanwezig te laten zijn. In de praktijk zal dit dan ook zelden of nooit voorkomen.

Wat als een arbeidsongeval te laat/of niet is gemeld

Het komt regelmatig voor dat arbeidsongevallen niet direct gemeld worden bij de Arbeidsinspectie. Ook deze ongevallen worden in behandeling genomen en onderzocht. 
Als de arbeidssituatie sterk gewijzigd is, zal dit onderzoek lang niet altijd mogelijk zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als men andere arbeidsmiddelen of stoffen gebruikt of als de locatie van het ongeval is opgeheven. Onderzoek is in ieder geval mogelijk als de inspecteur nog eigen waarnemingen kan doen. Dit kan eventueel ook door middel van een reconstructie, of door het bekijken van beschikbaar beeldmateriaal. Daarnaast moet er nog minimaal één getuige te horen zijn, maar bij voorkeur twee. Deze ene getuige mag ook het slachtoffer zijn. De kwaliteit en betrouwbaarheid van de getuigenissen/getuigen is hierbij van belang.
 
Voor elk te laat gemeld arbeidsongeval zal moeten worden nagegaan door de inspecteur of het nog onderzocht kan worden. Er is een inspanningsverplichting. De inspanningsverplichting die de Arbeidsinspectie heeft om ondanks de te late melding de toedracht van een arbeidsongeval goed te onderzoeken gaat ver. Er moet door de inspectie aangetoond worden waarom het onderzoek eventueel niet meer mogelijk is.
 
Dit alles geldt dus ook voor meldingen van het slachtoffer zelf, verzekeringsmaatschappijen, letselschadeadvocaten, enzovoort. De inspecteur onderzoekt vervolgens of een volledig ongevalsonderzoek nog mogelijk is. Indien dat niet zo is, wordt een boeterapport artikel 9 Arbeidsomstandighedenwet opgemaakt. Op basis van een kort onderzoek moet dan worden aangetoond dat er sprake was van een meldingsplichtig arbeidsongeval.

  
Tot 5 jaar na de datum van overtreding kan er door de Arbeidsinspectie gehandhaafd worden op een geconstateerde causale overtreding.
 
De termijn van 5 jaar gaat lopen vanaf de datum van de causale overtreding. Deze vindt dus veelal plaats op de dag van het arbeidsongeval. Het is mogelijk dat pas later duidelijk is dat het arbeidsongeval ook daadwerkelijk meldingsplichtig is, bijvoorbeeld als pas een paar maanden na het arbeidsongeval blijkt dat er sprake is van blijvend letsel (en geen ziekenhuisopname daarvoor heeft plaatsgevonden). De termijn van 5 jaar voor het te laat melden gaat dan pas lopen vanaf het moment dat duidelijk is dat er sprake is van blijvend letsel, dan wel (de eerste) ziekenhuisopname. Na de termijn van 5 jaar kan er ook geen boeterapport voor artikel 9 Arbeidsomstandighedenwet meer worden opgemaakt.

Handhaving: boeterapport artikel 9, eerste lid, Arbeidsomstandighedenwet

Melding niet tijdig

Het tijdig melding van een arbeidsongeval is noodzakelijk om:
1. de Arbeidsinspectie in staat te stellen goed onderzoek te doen. Dat kan als het onderzoek niet belemmerd wordt.
2. om te kijken of er nog ernstig gevaar voor andere werknemers op de arbeidsplaats is.
 
Wanneer een meldingsplichtig ongeval niet, of niet direct gemeld is, wordt in principe altijd een boeterapport opgemaakt voor de overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De beslissing voor het daadwerkelijk opleggen van de boete of het lager beboeten ligt bij de afdeling Boete, Dwangsom & Inning. Met direct melden is in de wet ook direct melden bedoeld. Dus meteen, zonder uitstel. In de praktijk is ervoor gekozen om artikel 9 pas ten laste te leggen als het ongeval niet binnen 24 uur gemeld is.
 
De termijn van 24 uur gaat in op het moment dat het ongeval daadwerkelijk meldingsplichtig is. Als dat nog niet duidelijk is, dan hoeft er nog niet te worden gemeld. Dus zodra duidelijk is dat het letsel blijvend is óf zodra het slachtoffer daadwerkelijk in het ziekenhuis is opgenomen (&verzuim), moet er direct gemeld worden en gaat de intern afgesproken termijn van 24 uur in. Dat kan dus (veel) later zijn dan 24 uur na het ongeval. Stel dat bijvoorbeeld om 10.00 uur een ongeval gebeurd en om 13.00 wordt het slachtoffer opgenomen in het ziekenhuis. Dan heeft de werkgever nog tot 13.00 uur de volgende dag de tijd om het ongeval te melden voordat artikel 9 Arbeidsomstandighedenwet ten laste wordt gelegd.

 
Sanctie voor niet tijdige melding

Er zijn drie normbedragen voor het beboeten van artikel 9. Het bedrag wordt aangepast aan de bedrijfsgrootte. Deze bedragen zijn:
 
Boetenormbedragen voor niet direct melden meldingsplichtig ongeval

Wie meldt ongeval te laatOngeval nog te onderzoeken?Normbedrag (in euro)
WerkgeverJa 1.500
Derde (=niet de werkgever)Ja 4.500
Werkgever of derdeNee50.000


Het maakt voor de hoogte van het boetenormbedrag dus uit wie het ongeval heeft gemeld en of het ongeval nog te onderzoeken is.


Melding door politie

Als de politie een ongeval meldt waar ze op dat moment zijn, wordt artikel 9 niet ten laste gelegd. Artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet is ook van toepassing op vrijwilligers. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.