Terug naar de basis: de RI&E opstellen


Bron:www.rendement.nl
De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is de kern van het arbobeleid in een organisatie. Toch heeft volgens Arbobalans 2018 meer dan de helft van de organisaties nog geen RI&E. Daarom een beknopte uitleg over het opstellen van een RI&E.
De Arbowet verplicht werkgevers om een RI&E op te stellen (artikel 3, lid 1b Arbowet). Inspectie SZW controleert hier ook op. Alleen werkgevers die voor minder dan 40 uur per week personeel in dienst hebben, zijn uitgezonderd van deze verplichting. Het is de taak van de preventiemedewerker om de RI&E op te stellen en uit te voeren.
In zes stappen een RI&E en plan van aanpak
Om een RI&E op te stellen, volgt de preventiemedewerker zes stappen:

  1. Inventarisatie: De preventiemedewerker inventariseert de risico’s die het werk in de organisatie met zich meebrengt. Als de organisatie al maatregelen heeft genomen om bepaalde risico’s te beperken, noteert de preventiemedewerker deze bij de risico’s. Zijn er bijzondere categorieën werknemers bij de organisatie in dienst, zoals jongeren of zwangeren, dan vermeldt de preventiemedewerker de specifieke risico’s voor deze werknemers.
  2.  Evaluatie: De preventiemedewerker bepaalt hoe groot de kans is dat een risico zich voordoet, wat de gevolgen kunnen zijn, hoeveel werknemers er hoe vaak aan worden blootgesteld, en wat de werknemers als de grootste risico’s ervaren. Hierna bepaalt de preventiemedewerker de prioriteiten voor beperkende maatregelen.
  3.  Plan van aanpak: Aan de hand van de prioriteiten stelt de preventiemedewerker een plan van aanpak op. Per maatregel stelt hij vast wie verantwoordelijk is voor de uitvoering, wanneer de maatregel in werking treedt en hoeveel budget beschikbaar is om de maatregel uit te voeren.
  4.  Toetsing: Een gecertificeerde arbodeskundige moet de RI&E toetsen (artikel 14, lid 1a Arbowet). Dit is verplicht voor organisaties met meer dan 25 werknemers. Een organisatie met 25 of minder werknemers hoeft de RI&E niet laten toetsen als de organisatie een RI&E-instrument gebruikt dat erkend is door de branche.
  5.  Aan de slag: Als de RI&E en het plan van aanpak zijn goedgekeurd, brengt de preventiemedewerker de RI&E in praktijk. Hij bewaakt de voortgang, gaat na of alles volgens planning verloopt en stelt het plan van aanpak eventueel bij.
  6.  Actualisatie: Als de RI&E enige tijd in werking is, doorgaans één jaar, actualiseert de preventiemedewerker de RI&E en het plan van aanpak. Dit moet echter ook gebeuren als de arbeidsomstandigheden wijzigen, bijvoorbeeld bij een fusie of reorganisatie, of als de organisatie een nieuw ICT-systeem of een nieuwe machine introduceert. Actualisatie van de RI&E begint weer bij stap 1: inventarisatie.

De OR heeft instemmingsrecht op de RI&E en het plan van aanpak
De ondernemingsraad (OR) of de Personeelsvertegenwoordiging (PVT) heeft instemmingsrecht bij het opstellen van de RI&E en het uitvoeren van de maatregelen uit het plan van aanpak (artikel 27, lid 1d van de Wet op de ondernemingsraad, artikel 12, lid 2 Arbowet). De preventiemedewerker doet er verstandig aan om de OR of PVT vroeg in het proces bij de RI&E te betrekken. Hoe eerder de OR of PVT erbij wordt betrokken en kan meedenken, hoe groter de kans dat  de OR of PVT kan instemmen met de RI&E en het plan van aanpak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *