Schoonmaak fraude: samenwerkende inspecties staan op scherp!

De schoonmaakindustrie werd recent opgeschrikt door berichten in de media over mogelijke ernstige fraudegevallen bij de schoonmaak en dan met name binnen de fastfoodsector. In 2013 publiceerde het Eindrapport Schoonmaak Interventieteams al conclusies over de schoonmaaksector waar je niet echt vrolijk van wordt. Clean Totaal was benieuwd hoe diverse overheidsinstanties in dezen gezamenlijk optrekken. Hoe is één en ander georganiseerd? Op grond van welke feiten start men een onderzoek en wanneer wordt er besloten tot controle op locatie? In een exclusief gesprek met redacteur Henk Cornelisse geven Marcel Keijzer (Landelijk Projectleider Inspectie SZW, rechts op de foto) en Han Bartelink (Operationeel Projectleider Inspectie SZW) openheid van zaken. Vooral in het belang van de branche, zoals ze zelf stellen.  Door eigen onderzoek van de redactie onthullen we aan het eind van dit artikel de naam van één van de bij de controles betrokken fastfoodketens.

Door Henk Cornelisse, redacteur Clean Totaal

 

Eindrapport Schoonmaak Interventieteams 2013

Het Eindrapport Schoonmaak Interventieteams uit 2013 maakte melding van 27,2 miljoen euro aan belastingcorrecties plus minimaal 5,4 miljoen euro aan boetebeschikkingen, opgelegd aan de schoonmaakbranche. Dit bedrag staat nog los van de terug te vorderen verstrekte uitkeringen bij personen die een uitkering genoten maar echter wel werkzaam bleken te zijn, ofwel zich schuldig maakten aan uitkeringsfraude. Uit het onderzoek kwam verder naar voren dat 27% van de 1450 onderzochte bedrijven in strijd handelde met de Wet Minimum Loon (WML) c.q. Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV).

 

Bewustwording

ISZW Landelijk Projectleider Keijzer: “Het gaat ons echter niet alleen om de repressie (boetes, correcties, naheffingen, red.), het gaat er wel om hoe we ertoe kunnen bijdragen dat de schoonmaakbranche gezonder wordt. Waarbij iedereen in de keten zijn verantwoording neemt. De kernwoorden hierbij zijn brede handhaving, preventie en een bewustwording bij alle betrokken partijen.”

Keijzer wil dat eerlijke bedrijven een eerlijke kans krijgen in plaats van door oneerlijke concurrentie uit de markt te worden gedrukt, dan wel gedwongen worden het ook niet zo nauw te nemen met de regels.

 

ISZW Operationeel Projectleider Bartelink vult aan: “Zeker ook de opdrachtgevers spelen hierin een voorname rol. Ze moeten zich bewust zijn van wat ze precies inkopen en tegen welke prijs. Kan een aanbesteding wel voor een aangeboden prijs? Bovendien dienen ze zich te bekommeren om werkroosters, het toezicht houden op naleving arbeidstijden van de schoonmaker en zijn ze verplicht na te gaan of er in bepaalde situaties een tewerkstellingsvergunning voor schoonmakers met een niet-Nederlandse nationaliteit is afgegeven. Dat is zeker niet teveel gevraagd.”

 

Landelijk team, schoonmaak fastfood eerst

De resultaten uit het Eindrapport Schoonmaak Interventieteams 2013 gaven aanleiding om de onderzoeken binnen de schoonmaaksector breed voort te zetten en de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) heeft haar goedkeuring gekregen voor de aanpak van schoonmaakbedrijven. Met de nodige wijzigingen. In plaats van vier regionale interventieteams is er nu sprake van één landelijk team. Hier is voor gekozen omdat dit, zeker bij concerns met een landelijke dekking, adequater werkt. De schoonmaak binnen de fastfoodsector viel de eer te beurt als eerste door dit landelijk team aan onderzoeken onderworpen te worden, andere segmenten binnen de schoonmaak volgen.

 

Kernteam maakt analyse

De huidige onderzoeken binnen de fastfoodsector worden geïnitieerd door de samenwerking tussen alle betrokken overheidsinstanties, samengebracht in een zogeheten kernteam bestaande uit de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND), Belastingdienst, Inspectie SZW, UWV en Gemeente. Op basis van eigen onderzoekmethodes, binnengekomen informatie en/of klachten van schoonmaakmedewerkers wordt door de verschillende disciplines binnen het kernteam eerst een analyse gemaakt. Dit betreft een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek. Waar nodig worden opsporingsinstanties, zoals de FIOD, betrokken.

Iedere discipline binnen dit kernteam doet vanuit haar specifieke expertise een onderzoek. De resultaten hiervan worden samen gebracht in de integrale analyse. Op basis van deze integrale analyse wordt besloten of er nader onderzoek op locatie plaats vindt.

 

Keijzer: “Uiteraard worden binnengekomen meldingen door ons op hun merites beoordeeld. Er dient een samenhang te bestaan met onze dossiers. Met een enkele klacht van een mogelijk rancuneuze (ex-)medewerker kunnen we als kernteam niet zoveel, daar zijn andere onderzoek methodes voor.”

Bartelink: “Regelmatig ontvangen we ook meldingen van schoonmaakbedrijven over het reilen en zeilen van bepaalde collega schoonmaakbedrijven. Die informatie bevat veelal wel nuttige informatie, maar ook hier scheiden wij eerst op basis van andere ons ten dienst staande informatie het kaf van het koren.”

 

Onderzoek op locatie

Als de integrale analyse hiertoe aanleiding geeft gaat het kernteam, aangevoerd door Bartelink, locatie(s) bezoeken. Soms vergezeld door politiemedewerkers, in andere gevallen met de politie stand-by. Bij het betreden van de locatie(s) worden in- en uitgangen bewaakt om te voorkomen dat personen zich aan het onderzoek onttrekken. Aangezien het controles in het kader van toezicht betreffen is er bij een dergelijk bezoek geen Officier van Justitie aanwezig, zoals dikwijls ten onrechte in de media gesuggereerd wordt.

 

Iedere discipline vanuit het kernteam doet onderzoek vanuit het eigen vakgebied. Er wordt onder meer gecontroleerd op (geldigheid van) ID-bewijzen, aard van de werkzaamheden, werktijden, verdiensten, uitkeringen, arbeidsomstandigheden, aanwezige administratie, zwart loon etc..

De aanwezige schoonmakers en mogelijk aanwezige vestigingsmedewerkers worden door het kernteam als zogeheten getuigen verhoord. Hiertoe staat een tolkencentrum telefonisch stand-by, dit in verband met de diverse nationaliteiten die in de schoonmaak werkzaam zijn. De getuigenverklaringen worden vastgelegd en maken deel uit van het verdere onderzoek .

 

Bartelink: “In de fastfood doen we onze onderzoeken in het algemeen zo kort mogelijk voor openingstijd of na sluitingstijd. We willen niet dat klanten onnodig met onze bezoeken geconfronteerd worden wat mogelijk ook kan leiden tot imagoschade voor het te onderzoeken bedrijf. We ontvangen allerlei signalen die uiteindelijk helpen bepalen welke locaties we gaan bezoeken. We willen immers voorkomen dat we locaties bezoeken waar alles goed geregeld is. Dat is niet alleen zonde van onze tijd, maar zeker ook vervelend voor de ondernemer die met een vaak toch spannend vestigingsbezoek te maken krijgt. Als signalen erop duiden dat er misstanden zijn, is een onderzoek op locatie een belangrijk middel om na te gaan of die signalen correct zijn. Om zo’n onderzoek voor alle partijen efficiënt te laten verlopen, slaan diverse overheidsdiensten de handen ineen om de controle in één keer op tal van onderwerpen plaats te laten vinden.”

 

100% score

De resultaten van het locatie onderzoek door het kernteam onderschrijven in de regel de uitkomsten van de sterke vermoedens zoals die al uit het integrale vooronderzoek naar boven kwamen. Met andere woorden: het locatie onderzoek bevestigt de conclusies uit het vooronderzoek.

 

Bartelink: “De praktijk wijst tot dusverre uit dat in alle gevallen waarbij we nader locatie onderzoek hebben uitgevoerd dit onderzoek daadwerkelijk gerechtvaardigd blijkt te zijn. In die zin een 100% score. Laten we duidelijk zijn: dit impliceert oneerlijke concurrentie en daar moeten we hard tegenop treden . Frappant is het dat bijvoorbeeld na een opgelegde boete op grond van de WAV (Wet Arbeid Vreemdelingen, red.) bij een later uitgevoerde her-controle blijkt dat alle bescheiden wel op orde zijn. Maar dan constateren we bijvoorbeeld wel weer dat er dan op dezelfde locatie tegen de WML (Wet Minimum Loon, red)  en/of arbeidstijden gezondigd wordt. Het lijkt er wel op dat er bewust gezocht wordt naar manieren om (extra) marge te maken. Het valt ons ook op dat dergelijke overtredingen en mistoestanden vooral voorkomen bij kleinere schoonmaakbedrijven. ”

 

Keijzer herhaalt dat hij het hard straffen liever niet doet: “Het is echter wel noodzakelijk bij de foute jongens. Ook werken we momenteel hard aan de aanpak van ‘vluchtig ondernemerschap’ dat wil zeggen het stoppen met een onderneming en dan weer opnieuw beginnen. We concentreren ons hierbij op zowel de rechtspersoon als de persoon. Meer wil ik hier in dit stadium niet over zeggen.” 

 

Naleving  

Veel liever ziet Keijzer dat de aanpak leidt tot een structurele verbetering binnen de schoonmaakbranche. Dat schoonmaakbedrijven, maar ook opdrachtgevers, er zich van bewust worden dat schoonmaken alleen verantwoord kan tegen verantwoorde tarieven. “Iedere opdrachtgever die een laag tarief aangeboden krijgt moet toch weten dat dit onmogelijk is?!”

Als doelstelling noemt Keijzer dat zowel opdrachtgevers als schoonmaakbedrijven de wet- en regelgeving netjes naleven. “Let wel: dit is mijn doelstelling maar helaas, op grond van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken, nog niet mijn verwachting.”

 

Horizontaal toezicht?

Vanuit de Inspectie SZW en Belastingdienst is er inmiddels regelmatig contact met de OSB en de RAS. Ook wordt er getracht met SieV! in gesprek te komen. De ontwikkelingen met betrekking tot het OSB Keurmerk en de Code Verantwoordelijk Marktgedrag hebben de warme belangstelling van de Inspectie SZW . Deze kunnen volgens mijn gesprekspartners bijdragen aan verbeteringen binnen de schoonmaakbranche.

Kan dit niet leiden tot horizontaal toezicht vraagt uw redacteur zich hardop af? Met andere woorden kunnen schoonmaakbedrijven die de Code getekend hebben en het OSB Keurmerk behaald hebben qua onderzoeken buiten schot blijven? Dit laatste gaat Keijzer en Bartelink echter een brug te ver. De duidelijke boodschap is: “Hoe zeer we de ontwikkelingen ten aanzien van het OSB Keurmerk en de Code ook waarderen, het biedt geen garantie. In ieder geval verbinden wij er althans geen garanties aan.”

 

Toolbox

Wel vindt er momenteel een initiatief plaats om te onderzoeken in hoeverre de Inspectie samen met OSB, en mogelijk SieV!, een soort toolbox kan ontwikkelen. Indicatoren aan de markt aanreiken die kans verkleinend werken om een faux pas te maken. Denk hierbij aan informatie aangaande G- rekening, certificering, inschrijving KvK, lidmaatschap branche organisatie etc.. Dit initiatief komt mede voort uit het aantal vragen die de Inspectie SZW vanuit het bedrijfsleven bereikt. Bonafide (schoonmaak-)bedrijven zien steeds meer in dat voorkomen beter is dan genezen. Zij wachten niet op reputatieschade en/of forse boetes.

 

Het blijft in dit verband spijtig volgens uw redacteur dat alleen al het simpel publiceren van een model uurtarief door een werkgeversorganisatie, wat veel mis toestanden kan voorkomen, door een andere overheidsinstelling in dit geval AFM genadeloos wordt afgestraft. De ene overheidsorganisatie zet de deur open, de ander smijt hem weer dicht. Nederland op zijn smalst.

 

Discreet

Bartelink en Keijzer willen in alle openheid, en als leermoment voor de branche, bovenstaande informatie met Clean Totaal delen. Opmerkelijk omdat dergelijke inspectie-organen in de regel vanuit een volstrekte anonimiteit opereren. Ook het kantoor waar ons gesprek plaats vindt heeft iets weg van Fort Knox. Hoe zeer we ook ons best doen om de heren namen van betrokken partijen te ontfutselen, we slagen er niet in. Er wordt een volledige discretie in acht genomen, zowel richting van fraude verdachte schoonmaakbedrijven,  als wel hun opdrachtgevers.

De redactie van Clean Totaal heeft echter zo haar eigen onderzoek bronnen en stuitte hierbij op KFC, een organisatie waarbij recent een dergelijke inval/onderzoek heeft plaatsgevonden. Wij vroegen KFC uiteraard om een reactie.

 

KFC

Ook bij fastfoodketen KFC werd door het kernteam een onderzoek uitgevoerd en de fastfoodketen werd op locatie bezocht. Woordvoerder Bart de Kool laat ons weten dat KFC verrast is door dit locatiebezoek als gevolg van mogelijke misstanden door het via KFC ingehuurde schoonmaakbedrijf.  ”Laat het vooral duidelijk zijn dat wij geenszins op de hoogte waren van mogelijk onjuiste handelingen waarvan ons schoonmaakbedrijf (naam bij de redactie bekend) verdacht wordt.

Wij betalen marktconforme tarieven en toeslagen. Bovendien zien wij ook toe op de aanwezigheid van geldige ID bewijzen en dergelijke. Bij KFC zijn geen klachten en/of  opmerkingen bekend van de schoonmakers dat hun loon niet juist zou zijn of niet op tijd betaald zou worden.  Volgens ons was de  kwaliteit van de schoonmaak altijd goed.”

 

Voor de goede orde: het betrokken (kleinere Amsterdamse) schoonmaakbedrijf komt niet voor op de ledenlijst van OSB of SieV! en komt  evenmin voor op de lijst van de ondertekenaars van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag.

 

KFC woordvoerder de Kool vervolgt: “Vanzelfsprekend hebben we het schoonmaakbedrijf gelijk na het bezoek van ISZW om opheldering gevraagd. Ze waren in eerste instantie moeilijk bereikbaar maar inmiddels heeft er contact plaatsgevonden. Men kon ons echter geen opheldering  geven. Hierbij moet aangemerkt worden dat het onderzoek, voor zover bij ons bekend, nog niet is afgerond. De situatie is er voor KFC overigens wel  de reden voor geweest om de schoonmaakovereenkomst op te schorten en de schoonmaak vooralsnog door onze eigen medewerkers te laten uitvoeren. De continuïteit van de schoonmaak mag namelijk niet in het geding komen. Aan de hand van de resultaten die uit het onderzoek naar voren komen nemen we een besluit over onze vervolgstappen. Overigens moet mij nog van het hart dat het onderzoek van het kernteam Inspectie SZW rustig en met respect verlopen is.”

 

We hebben KFC in ieder geval maar even opmerkzaam gemaakt op de Code. De Kool: “Uw opmerking over de toegevoegde waarde van het ondertekenen van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag heeft onze aandacht!”

Waarvan akte.

 

Toontje lager

Om maar wat clichés te gebruiken: ‘voorkomen is beter dan genezen’ en ‘goedkoop wordt duurkoop’.

Duidelijk is het dat er sprake is van gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en schoonmaakbedrijf. Dit komt onder andere tot uiting in het sanctiebeleid van ISZW. Is er sprake van het tewerkstellen van een illegale medewerker en de opdrachtgever heeft haar toezicht taak hierop veronachtzaamd, dan ontvangen zowel de opdrachtgever als het schoonmaakbedrijf een forse boete. Daar gaan partijen al met al dan een toontje lager van zingen.

De branche is gelet op de ontplooide initiatieven als Keurmerk en Code weliswaar op de goede weg maar om met Toontje Lager te spreken… “er is nog zoveel te doen”…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *