Gevaarlijk werk…. Een trieste balans waarbij alles nog weer eens op een rij gezet wordt.


Bron:www.hr-kiosk.nl.

Begrip en oorzaken
Alle werkzaamheden kunnen gevaarlijk worden wanneer de risico’s worden onderschat. Het is dus van belang steeds alert te zijn op veiligheid en alle regelgeving omtrent veilig werken in acht te nemen. Wetten, regels, voorlichting en instructies zijn niet voldoende om alle oorzaken van bedrijfsongevallen weg te nemen. Veiligheid hoort een vanzelfsprekend onderdeel te zijn van ieders werkwijze, net zoals het vanzelfsprekend moet zijn om elkaar aan te spreken op onveilig gedrag. De belangrijkste oorzaken van bedrijfsongevallen zijn:

  1. gebrek aan kennis en ervaring
  2. onderschatting van de risico’s
  3. stress en vermoeidheid
  4. onvoldoende motivatie
  5. het werken met onjuiste apparatuur en gereedschappen
  6. verkeerde werkmethoden volgen

Organisatie

Gevaarlijk werk is een belangrijk aandachtsgebied van de Inspectie SZW. Die controleert of werkgever en werknemers zich houden aan de Arbowet en alle regelgeving die daaruit voortkomt. Bedrijfsongevallen moeten altijd bij de Inspectie SZW worden gemeld als er sprake is van een dodelijke afloop, ziekenhuisopname binnen 24 uur of blijvend letsel. Afhankelijk van de situatie kan de Inspectie SZW het ongeval onderzoeken en zal dan een rapport maken over haar bevindingen. Hoe heeft het ongeval kunnen ontstaan, wat waren de oorzaken, wie zijn in gebreke gebleven en wat zijn daarvan de consequenties?

Cijfers 2013

In 2013 liepen 458 duizend werknemers lichamelijk letsel of geestelijke schade op door een ongeval tijdens het werk. Dat komt overeen met 1 op de 15 werknemers in Nederland. In 2013 had 5,3 procent van de vrouwen een arbeidsongeval, bij mannen was dat 7,6 procent. Dit verschil komt doordat mannen vaker gevaarlijk werk doen dan vrouwen. Sinds 2005 is het aandeel arbeidsongevallen bij mannen licht gedaald. Bij vrouwen nam het aandeel aanvankelijk toe, maar bleef sinds 2008 vrij stabiel. Deze ontwikkelingen hangen samen met de afname van het aantal werkzame mannen in de bouw sinds 2001 en met de toename van het aantal werkzame vrouwen in de gezondheidszorg en overheid in de periode 2001-2008. In 2013 had 8,2 procent van de werknemers tot 25 jaar een arbeidsongeval met letsel opgelopen. Dat is bijna anderhalf keer zo veel als bij de werknemers van 25 jaar of ouder. Werknemers tot 25 jaar verzuimden daarentegen minder vaak na een arbeidsongeval. Slechts 1 op de 3 bleef een dag of langer thuis van het werk. Jongeren zijn relatief vaak werkzaam in de horeca. In die bedrijfstak gebeuren relatief veel arbeidsongevallen, maar die leiden meestal niet tot verzuim van een dag of langer. De meeste arbeidsongevallen deden zich voor bij werknemers in de horeca, circa 12 procent was slachtoffer van een ongeval. Ook in de bouw is het aandeel met ruim 8 procent hoger dan gemiddeld. (Bron: CBS, 22 jul. 2014)

Enquête

Ongeveer twee op de tien werknemers heeft wel eens te maken met gevaarlijk werk. Vooral werknemers in de sector openbaar bestuur ervaren dat zij regelmatig gevaarlijk werk moeten doen. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2013 van TNO en CBS. Van de in totaal ruim 23 duizend respondenten geeft 3,7 procent aan regelmatig gevaarlijk werk te moeten doen en 16,1 procent soms. Mannen hebben naar eigen zeggen vaker te maken met gevaarlijk werk dan vrouwen. Van de mannelijke respondenten moet 26,7 procent regelmatig of soms gevaarlijk werk doen. Bij de vrouwen is dat 12,1 procent. In de bedrijfstakken openbaar bestuur, bouwnijverheid en vervoer en opslag hebben de werknemers het meest te maken met gevaarlijk werk. In financiele instellingen en de bedrijfstak informatie en communicatie hebben werknemers het minst met gevaarlijk werk te maken. (Bron: ARBO Magazine, 13 mei 2014)

Gevaarlijke jobs die goed betalen

Het is niet zo dat de meest gevaarlijke banen helemaal niet rendabel zijn. Er zijn een aantal carrière-mogelijkheden die kunnen worden gelabeld als gevaarlijke banen die goed voldoende te betalen voor de werknemer tot een respectabele leven te leiden. Samen met een aanvaardbare hoeveelheid per jaar salaris, zijn deze banen die goed betalen meestal geassocieerd met onjuiste en risicovolle arbeidsomstandigheden. Een overzicht van gevaarlijke banen die goed betalen, is te vinden op de site van carrière. Red: Let niet op het Nederlands.

Meeste bedrijfsongevallen bij metaalwerkers en bouwvakkers

In 2015 had 5,1 procent van de werknemers die metaalarbeider of machinemonteur zijn en 4,8 procent van de bouwarbeiders een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim. Gemiddeld voor alle werknemers was dat 1,4 procent. Andere beroepsgroepen waarin werknemers vaak slachtoffer zijn van een arbeidsongeval en dan een of meer dagen niet kunnen werken zijn voedselverwerkende beroepen (zoals slagers), bestuurders van voertuigen, bedieners van mobiele machines, tuinders, akkerbouwers en veetelers. Verder bleek dat mannen vaker een gevaarlijk beroep hebben dan vrouwen. In negen van de tien beroepsgroepen waarin het vaakst ongelukken gebeuren zijn meer mannen dan vrouwen werkzaam. (Bron: CBS, 19 jul. 2016)

Veel ongelukken bij werken met heftruck

In 2016 vielen er in de eerste 7 maanden van het jaar in Nederland al 7 dodelijke slachtoffers bij een heftruckongeval. Heftruck Nederland toont tips voor veilig werken met een heftruck in een infographic:

Sterke toename ongelukken 2016

Het aantal arbeidsongevallen is sterk toegenomen in 2016, waarbij van elke 15 werknemers er 1 betrokken is bij een ongeval op de werkvloer. Maar wat zijn dan de oorzaken van arbeidsongevallen? En op welke werkplekken en bij welke beroepen komen arbeidsongevallen het meest voor? Met dank aan VCAcursus zijn feiten en cijfers op een rijtje gezet, hun infographic ‘Heb jij een gevaarlijk beroep?’ laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Nederland telt binnen Europa minste dodelijke ongevallen van werkenden

Per 100.000 werkenden telde Nederland 1 dodelijk ongeval. Griekenland (1,2), Finland (1,2 in 2013) Duitsland (1,4), Zweden (1,5) en UK (1,6) scoorden eveneens laag. Roemenië (7.1) daarentegen kende de meeste dodelijke ongelukken. (Bron: Eurostat, 27 apr. 2017)

Bouw negeert adviezen OVV

De bouw negeert steevast de adviezen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, blijkt uit onderzoek van het vakblad Cobouw. Het signaal van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is verontrustend. ”Sinds de oprichting in 2005 onderzocht de OVV zeven vergelijkbare bouwdrama’s. Het voornaamste doel van deze onderzoeken is het trekken van lering en voorkoming van herhaling”. Vooral als grote bouwbedrijven kleinere partijen inhuren, wil de aansprakelijkheid van een project nog wel eens diffuus worden. Vier punten van zorg keren volgens de OVV steeds terug:

  • gebrekkige coördinatie van de werkzaamheden
  • diffuse verdeling van de verantwoordelijkheden
  • onvoldoende veiligheidsbesef
  • onvoldoende toetsing van de risico’s

Veiligheidsvoorschriften te vaak niet uitgelegd Utrechtse bouwplaats bron van overtredingen Doden in de bouw

  • Het aantal ongelukken in de bouw waarbij iemand om het leven is gekomen, is de laatste twee jaar verdubbeld. Dit blijkt uit cijfers van de Inspectie SZW. Vorig jaar kwamen in Nederland 20 bouwvakkers om het leven. In 2016 waren dat er nog 16 en het jaar daarvoor 9. In de afgelopen 8 jaar vielen er 162 doden in de bouw en dat is bijna 30 procent van alle dodelijke bedrijfsongelukken. Het aantal ongelukken in de bouw waarbij iemand om het leven is gekomen, is de laatste twee jaar verdubbeld. Dit blijkt uit cijfers van de Inspectie SZW. Vorig jaar kwamen in Nederland 20 bouwvakkers om het leven. In 2016 waren dat er nog 16 en het jaar daarvoor 9. In de afgelopen 8 jaar vielen er 162 doden in de bouw en dat is bijna 30 procent van alle dodelijke bedrijfsongelukken. De toename komt vooral doordat er veel meer onderaannemers, zzp’ers, buitenlandse krachten en niet-gekwalificeerd personeel op de bouwplaatsen werken. Dat leidt tot onveilige situaties. Volgens de inspectie was er voorheen altijd maar één grote aannemer met één veiligheidscoördinator, maar nu is daar geen sprake meer van en dat leidt tot grote problemen. FNV Bouw beaamt dit ook. Via hun meldpunt komen er nog steeds klachten binnen over onregelmatigheden rond steigerbouw, het gebruik van apparatuur en niet-gekwalificeerd personeel. (Bronnen: Inspectie SZW & BG Magazine, 27 mrt. 2018)
  • Op de Utrechtse bouwplaats Leidscherijn-centrum heeft de Inspectie SZW verschillende overtredingen geconstateerd. Zo was op een aantal plaatsen de veiligheid van de bouwvakkers in het geding. Ook wordt onderzoek gedaan naar onderbetaling en te lange werktijden. Op de bouwplaats werken gemiddeld per dag ruim 800 bouwvakkers in dienst van verschillende bouwbedrijven en onderaannemers. Het gaat hier om utiliteitsbouw in de afbouwfase. Begin februari vond er een arbeidsongeval plaats waarbij een bouwvakker zwaar gewond werd. Hij stond op een rolsteiger die uit elkaar viel. Tijdens het ongevalsonderzoek constateerde de arbeidsinspecteur dat veel zaken niet op orde waren. Zo heeft hij ter plaatse werkzaamheden stilgelegd in verband met valgevaar. Voor de Inspectie SZW waren deze bevindingen genoeg redenen om dinsdag 27 februari een grootschalige controle te houden. Er werd niet alleen gecontroleerd op veilig en gezond werken, maar ook op eerlijk werken. (Bron: Min. SZW, 28 feb. 2018)
  • Onderschatting van risico’s, stress en vermoeidheid en gebrek aan kennis en ervaring zijn de belangrijkste oorzaken voor ongevallen op de werkvloer. Tijdelijke werknemers, anderstaligen en jongeren lopen daarbij het meeste risico. Uit recent onderzoek van Manutan onder medewerkers blijkt dat veel ongevallen voorkomen kunnen worden. Slechts 61 procent van de ondervraagden op de werkvloer geeft aan dat de veiligheidsvoorschriften aan iedereen goed uitgelegd worden. “Dat is veel te weinig,” stelt Jan Piet van Dijk,  Director Operations Benelux en Veiligheidscoordinator bij Manutan. “Het betekent dat ruim een derde van de medewerkers zonder goede voorlichting aan het werk gezet wordt.” (Bron: Managers on Line, 10 jan. 2018)

(Bron: About HRM, 20 dec. 2017)

Werken in de agrarische sector gaat te vaak mis

In 2017 werden 93 werknemers in de agrarische sector slachtoffer van een ernstig arbeidsongeval. Ook overtraden bedrijven regelmatig de regels over arbeidstijden, het minimumloon en vakantiegeld. Alleen al bij de loonwerkbedrijven constateerde de inspecteurs 336 overtredingen. Die gingen vooral over de machineveiligheid. Vaak worden bewegende onderdelen niet afgeschermd waardoor werknemers door de machine gegrepen kunnen worden. In de paddenstoelenteelt is bij meer dan tweederde van de bedrijven opgetreden. Bij vrijwel al de geïnspecteerde bedrijven lopen de werknemers gezondheidsrisico’s door fysieke overbelasting. In pluimveebedrijven is er gevaar voor medewerkers door blootstelling aan agrarisch stof en onveilige machines of heftrucks. (Bron: Manageronline, 18 jul. 2018)

Bezorgbrommers rijden 6 keer vaker schade dan privébrommers

Bestuurders van bezorgbrommers hebben veel vaker een ongeluk dan andere bromfietsers. Volgens Veilig Verkeer Nederland rijden de bezorgkoeriers bijna zes keer vaker schade. Bovendien ligt het gemiddelde schadebedrag ook nog eens 75% hoger. Het gedrag in het verkeer, zoals afleiding, te hoge snelheid of het niet verlenen van voorrang, is vaak de oorzaak van ongevallen, blijkt volgens VVN uit analyses van bromfietsongevallen. “Het feit dat brom- en snorfietsen evenwichtsvoertuigen zijn die de berijder geen bescherming bieden bij een ongeval draagt ook bij aan het hoge ongevalsrisico van brom- en snorfietsers. Omdat gedragsfactoren de meest voorkomende oorzaken zijn, ligt het voor de hand de oplossing te zoeken in het bewuster maken van de bezorgkoeriers van de gevaren. Daarom ontwikkelde de Vereende samen met partner Veilig Verkeer Nederland 5 gouden regels voor bezorgkoeriers, in straattaal:

  • Ik gass ’m rustig en hou me aan de stiffe regels
  • Ik ga niet te ham
  • Ik timer rustig bij ieder rood licht of zebrapad
  • Ik leb of ijk niet naar me phonna tijdens het rijden
  • Ik draag een helm en doe ’m stav

Vaker gerommel met bewijs na ernstige arbeidsongevallen

  • Na ernstige arbeidsongevallen wordt er vaker gerommeld met bewijsmateriaal, constateert Sylvia Kubicz, officier van justitie bij het Functioneel Parket. Heel zorgelijk, vindt zij. “De waarheid komt altijd boven tafel.” In een nieuwe ‘aanwijzing’ legt het OM bij strafrechtelijke vervolging nu meer nadruk op verwijtbaarheid. Een nieuwe aanwijzing van het Openbaar Ministerie over de handhaving Arbeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet (2018A006), per 1 oktober 2018 van kracht, “relateert de inzet van strafrechtelijke middelen bij de strafrechtelijk te handhaven overtredingen van de Arbowet bij ernstige arbeidsongevallen niet meer alleen aan de ernst van de gevolgen (dodelijke afloop) maar mede aan het (verwijtbare) gedrag van de overtreder.” Met andere woorden: er wordt bij de beslissing om strafrechtelijk te vervolgen meer dan voorheen gekeken of een ongeval verwijtbaar is. (Bron en meer: Arbo-online, 29 jan. 2019)

(Bronnen: RTV Utrecht en Findinet, januari 2019)

4 gedachten over “Gevaarlijk werk…. Een trieste balans waarbij alles nog weer eens op een rij gezet wordt.”

  1. Bouw negeert adviezen Onderzoeksraad voor Veiligheid

    Bron: Cobouw  30 nov 2017 | Laatst gewijzigd op 04 dec 2017

    De bouw trekt zich weinig aan van fundamentele adviezen die instortingen moeten voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek van Cobouw naar elf jaar Onderzoeksraad voor Veiligheid. “De gamechangers blijven uit.”

    Van vallende gevelplaten tot een ingestort voetbalstadion in aanbouw. Van Rotterdam tot Enschede. Voor de bouwsector is de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) allang geen vreemde meer.

    Sinds de oprichting in 2005 onderzocht de OVV zeven vergelijkbare ‘bouwdrama’s (zie kader onderaan). Lessen trekken en herhaling voorkomen zijn de hoofddoelen. Uit een analyse van Cobouw blijkt echter dat de bouwsector adviezen van de OVV stelselmatig naast zich neerlegt.

    Het ontbreekt aan regie op de bouwplaats

    Sinds 2006 wijst de Onderzoeksraad op zwakke plekken in het bouwproces van tientallen aannemers en onderaannemers. Steeds weer concluderen de onafhankelijke onderzoekers dat de regie op de bouwplaats ontbreekt.

    Raadsleden Marjolein van Asselt en Erwin Muller van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn kritisch over de sector: “Nog altijd is diffuus wie waar verantwoordelijk voor is in de bouw.” (Foto: Suzanne van de Kerk)

    “Benoem een hoofdconstructeur. Maak één iemand verantwoordelijk voor de constructieve veiligheid en het gehele ontwerp. En registreer ongevallen”, klinken de adviezen bij herhaling.

    Dat was zo na de ‘gevelplatenstorm’ in 2005, na het ongeval bij de B-Tower in Rotterdam (2010) en na de instorting van het dak van de Grolsch Veste (voetbalstadion van FC Twente, 2011, vijf doden). En die lessen vielen wederom op te maken uit de twee laatste onderzoeken van de Onderzoeksraad naar het hijsongeval in Alphen aan den Rijn en naar het ongeval tijdens de renovatie van het oude VROM-gebouw, dat een nietsvermoedende voorbijganger het leven kostte.

    Diffuus

    Er kwam een meldpunt voor (bijna) ongevallen, maar dat bestaat inmiddels niet meer. Die ene ‘hoofdconstructeur’, die de veiligheid te allen tijde bewaakt, is eigenlijk nooit breed omarmd.

    “Nog altijd is diffuus wie waar verantwoordelijk voor is in de bouw”, reageren Erwin Muller en Marjolein van Asselt, twee raadsleden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de bevindingen van Cobouw.

    Muller voerde meerdere bouwonderzoeken uit namens de OVV, Van Asselt is onder andere verantwoordelijk voor het nog lopende onderzoek naar de ingestorte parkeergarage bij Eindhoven Airport.

    Ze nuanceren: “Over het algemeen betreft het in de bouw grote vraagstukken die niet ‘over night’ zijn opgelost, maar er mag wel een tandje bij in deze sector. We hebben het hier wel over Nederland en niet over een ontwikkelingsland, waar het misschien normaler is dat gebouwen instorten.”

    Luchtvaart minder ingewikkeld dan bouw

    Een circus van vakmensen en leveranciers dat komt en gaat. Van “grote bouwbedrijven die kleinere partijen inhuren, waardoor het aansprakelijkheidsvraagstuk steeds diffuser wordt.”

    Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen van de Onderzoeksraad is die praktijk nog altijd aan de orde van de dag: de versnippering als ongewenste broedplaats voor ongelukken.

    “De bouw is zo gefragmenteerd. Altijd hebben we te maken met situaties waarbij pas na lang onderzoek duidelijk wordt wie waar verantwoordelijk voor is. Zelfs in de luchtvaart en in de chemische industrie is het minder complex dan in de bouw”, duiden de twee raadsleden van de Onderzoeksraad.

    Ook bij de ingestorte parkeergarage bij het vliegveld van Eindhoven was het voor de Onderzoeksraad zoeken geblazen wie precies waar over gaat. “Dat helpt niet.”

    Op een aantal richtlijnen en veiligheidsconvenanten na, en individuele bedrijven die wel degelijk processen beter in kaart brengen, signaleert ook de onderzoeksraad dat de bouw als sector te weinig doet met haar aanbevelingen.

    Twijfels over ‘zoveelste’ bouwonderzoek

    Om die reden twijfelde de OVV afgelopen zomer zelfs om het ongeval in Eindhoven te onderzoeken. De raad had net gerapporteerd over het ongeval met het oude ministeriegebouw in Den Haag, en de inkt van het rapport over het kraanongeval in Alphen aan den Rijn was nog maar nauwelijks opgedroogd.

    “Serieus hebben wij bij Eindhoven nagedacht over de vraag of een nieuw bouwonderzoek de maatschappij iets zou kunnen opleveren.”

    In ontwikkelingslanden zijn instortingen normaal, hier niet

    Uiteindelijk besloot de OVV toch uit te rukken. Het instorten van de verdiepingsvloer, terwijl het gebouw al klaar was, werd aangemerkt als een “onwaarschijnlijk ongeval”.

    “Het gaat hier niet om domme pech, maar om een structureel tekort aan veiligheid, denken wij. Het is een wonder dat er geen slachtoffers waren. Bij dit ongeluk kwam veel geluk kijken, het is puur toeval dat er geen puin op voorbijgangers is terechtgekomen.”

    De raadsleden van de Onderzoeksraad benadrukken dat de bouwsector, anders dan andere sectoren, zoals rail, luchtvaart en scheepvaart, tot 2005 relatief weinig ervaring had met onderzoek naar ongevallen.

    Wennen aan nieuwe ‘gasten’ op de bouwplaats

    “Waarom de bouw nog relatief weinig doet met onze aanbevelingen? Ik denk dat de sector aan onze aanwezigheid moet wennen, zoals wij aan de bouw moeten wennen. Ook voor ons heeft het best lang geduurd, voordat wij de sector leerden kennen. Het is ook best bijzonder dat wij onderzoek doen met publiek geld in een private sector. ”

    In de bouw bestaat volgens de Onderzoeksraad ook nog altijd verwarring over de taken en bevoegdheden. “Bouwers denken nog weleens dat we op zoek gaan naar schuldigen, maar nadrukkelijk gaat het daar niet over. Wij doen onderzoek naar de achterliggende oorzaken van voorvallen en trekken daar lessen uit.”

    En als de Onderzoeksraad klaar is, gaat de sector vaak over tot de orde van de dag. “Mooi rapport”, horen we dan, “mooie lessen voor alle partijen”, “met elkaar gaan we ermee aan de slag”, maar wij zien, ondanks de verbeteringen die er zijn, bij individuele bedrijven en in de sector, dezelfde problemen soms terugkeren.”

    Onderzoeksraad geeft de moed niet op

    “Een lange adem is nodig”, om de veiligheid in de bouwsector te verbeteren, stelt de Onderzoeksraad. Daarom is het ook ergens goed voor dat wij überhaupt op eerdere aanbevelingen kunnen terugkomen.”

    De twee willen kwijt dat de veiligheid in de sector, “zonder meer” omhoog is gegaan in de afgelopen elf jaar. “Op allerlei fronten neemt de bouw haar verantwoordelijkheid, met codes en richtlijnen, maar je hoopt een keer dat het verder gaat dan dat. Een governance code voor veiligheid is prachtig, maar volgens ons kan een brancheorganisatie meer doen. De echte gamechangers blijven uit.”

    Een hele risicovolle sector willen ze de bouw dan ook niet noemen. “Maar we vragen wel nadrukkelijk aandacht om de veiligheid van de omgeving beter te organiseren. Onze laatste rapporten leggen daar ook de nadruk op. Mensen eromheen hebben niet om ongevallen gevraagd.”

    “Regels afdwingen is niet onze taak”

    Na het ongeval in Eindhoven besloten de opdrachtgever en de hoofdaannemer (BAM) zelf ook op onderzoek uit te gaan. De Onderzoeksraad voor Veiligheid juicht dat toe. Het toont volgens de Onderzoeksraad dat de bouwsector wel stappen wil maken.

    De Onderzoeksraad zal die onderzoeken ook meenemen in het eindrapport over het ‘drama’ van Eindhoven Airport, dat naar verwachting in de zomer van 2018 het licht ziet.

    De Onderzoeksraad besluit dat de bouw voorlopig nog niet van ze af is. “Dit moet geen defaitisme worden, zo van, we kunnen het toch niet oplossen. Het nut van de Onderzoeksraad? Regels afdwingen is niet onze taak. Wij moeten het hebben van de gezaghebbendheid van onze studies. Maar dat het beter moet in de bouw is zeker. Met als centrale punt dat de verantwoordelijkheid in de bouw beter georganiseerd moet worden, want die raakt namelijk gemakkelijk zoek.”

    Niemand wil ongelukken

    Ongevallen in de bouw voorkomen, kan dat eigenlijk wel? Al honderden jaren gebeurt dat, waar gehakt wordt vallen spaanders. “Een risicoloos Nederland bestaat niet, maar vermijdbare ongevallen moeten we zo veel mogelijk zien te beperken.”

    Voor de individuele bedrijven die de veiligheidscultuur wel aanscherpten, heeft de raad veel respect en waardering. “De betrokkenheid van bouwers na een ongeval is als wij op bezoek komen over het algemeen groot. In de bouw werken veel mensen die al hun hele leven in de bouw actief zijn. Echte bouwers willen iets moois neerzetten voor de eeuwigheid en willen geen dingen maken die instorten.”

    Zorgen over privatisering bouwtoezicht

    Om het aansprakelijkheidsvraagstuk te verbeteren, wordt er in Den Haag al langer nagedacht over nieuwe regels. Een voorstel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die de aansprakelijkheid bij opleverfouten en ongevallen vergroot richting de markt, strandde afgelopen zomer in de Eerste Kamer. De OVV verwacht dat deze wet, waarbij private partijen de toezichtstaak van gemeenten overnemen, weer terugkomt op de politieke agenda.

    “Daar maken wij ons zorgen over. Als de wet doorgaat, moet de bouwsector wel laten zien dat het die verantwoordelijkheid aan kan.”

     

    Bouwonderzoeken Onderzoeksraad voor Veiligheid op een rij

    • 2017   ingestorte parkeergarage Eindhoven Airport. Hoofdaannemer BAM, geen doden of gewonden.
    • 2016   dodelijke ongeval renovatie oude VROM-gebouw Den Haag, 1 dode, hoofdaannemer BAM.
    • 2015   hijsongeval Alphen aan den Rijn, hoofdaannemer Mourik, geen slachtoffers.
    • 2014   koolmonoxide, onderschat en onbegrepen gevaar, hoofdaannemer (nvt). Jaarlijks vijf tot tien doden.
    • 2011   dak tribune Grolsch Veste stort in, hoofdaannemers Te Pas Bouw, Dura Vermeer en Trebbe, 2 doden en 16 gewonden,
    • 2010   B-Tower, Rotterdam, hoofdaannemer JP van Eesteren, vijf zwaargewonden.
    • 2008   torenkraan stort in op een project in Rotterdam, hoofdaannemer Stebru, één dode,
    • 2005   gevelplaten (van glas en natuursteen á 100 kilo) waaien van gebouwen af in vier plaatsen in Nederland, hoofdaannemer (nvt)

     

    Terugkerende punten

    Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid signaleert dat het in herhaling valt. Uit een interne memo blijkt dat een viertal punten in de bouw steeds terugkeert.

    • Gebrekkige coördinatie van de werkzaamheden
    • Diffuse verdeling van de verantwoordelijkheden
    • Onvoldoende veiligheidsbesef
    • Onvoldoende toetsing van de risico’s

    De Onderzoeksraad zet in dit kader meer bouwongevallen van de afgelopen jaren op een rij. En noemt in dit kader ook het instorten van platte daken door sneeuwval, de lekkage van de bouwput in Middelburg, de paalbreuk bij het Vlietland ziekenhuis in Schiedam, maar ook de problemen met het Bos- en Lommerplein en werftrappen in Utrecht, de problemen met een woontoren in het stadshart van Almere, het verzakken van woningen bij de Vijzelgracht, het instorten van de galerij van een oude flat in Leeuwarden, en instortingen bij de Internationale school in Eindhoven, twee woningen in Rotterdam en bij een groot deel van een supermarkt in Drachten.

    Adviezen OVV aan bouw in vogelvlucht

    Vallende gevelplaten 2005 

    De eerste confrontatie van de bouw met de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is in 2005 een feit. Aanleiding: vallende gevelplaten. De OVV adviseert de minister één iemand aan te wijzen die bij elk bouwproject (van ontwerp tot uitvoering) verantwoordelijk is voor de constructieve veiligheid van het gehele bouwwerk.” Dat advies is tot op de dag van vandaag nooit breed omarmd. In 2006 adviseert de OVV de bouw ook een registratiesysteem op te tuigen voor voorvallen waarbij de constructieve veiligheid in het geding is. Dat komt er, maar bestaat inmiddels niet meer.

    B-Tower 2010

    Een vloer stort in tijdens de bouw van de B-Tower in Rotterdam. “Breng de zwakke plekken in het bouwproces in kaart”, krijgt J.P. van Eesteren mee en “los die op.” Bouwend Nederland krijgt het advies om “integrale verantwoordelijkheidsverdeling” in de keten beter invulling te geven. “Neem hierbij verbeter-voorstellen uit eerdere onderzoeken naar constructieve veiligheid ter harte.”

    Grolsch Veste 2011 

    Na het ongeval tijdens de bouw van het nieuwe voetbalstadion van FC Twente krijgen bouwers wederom de aanbeveling om zwakke plekken in het bouwproces op te sporen en te tackelen. Bouwend Nederland krijgt dat advies ook voor de sector. Dura Vermeer laat in een reactie weten dat de bouw een platform mist waar ervaringen met elkaar besproken worden. “Daardoor is het lerend vermogen van de bouw te beperkt.” Dat platform bestaat inmiddels.

    Alphen aan den Rijn 2015 

    Een kraanongeval in Alphen aan den Rijn. Alsof de bouw niets geleerd heeft van eerdere aanbevelingen. Weer krijgt de minister mee één partij aan te wijzen die verantwoordelijk is voor een systematisch proces van risicobeheersing voor het gehele bouwproces en de omgevingsveiligheid. Hoofdaannemer Mourik dient de regierol te versterken. “Risico’s van het gehele bouwproces moeten beter beheerst worden.”

    Rijnstraat 2016 

    Borg de veiligheid van de omgeving. Dat is de belangrijkste les van het dodelijke ongeval in Den Haag bij het oude VROM-gebouw. De minister voor Wonen kreeg dat advies een jaar eerder ook al na ‘Alphen aan den Rijn’. Hoofdaannemer BAM krijgt het advies om te zorgen voor concrete afspraken over veilig werken.

     

  2. Werknemers vaker arbeidsongeval dan zelfstandigen

    Bron: CBS

    In 2017 had 1,6 procent van de werknemers van 15 tot 75 jaar een arbeidsongeval dat tot minimaal één dag verzuim leidde. In 2015 was dat nog 1,4 procent. Onder zelfstandig ondernemers was dit met 1,2 procent iets lager, en bleef het gelijk. De jongste werknemers hadden het vaakst een arbeidsongeval met verzuim. Dat meldt het CBS op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA), uitgevoerd door het CBS en TNO.

    Onder zelfstandig ondernemers met personeel had 0,7 procent in 2017 een arbeidsongeval met verzuim. Dit was nagenoeg gelijk in 2015. Onder zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp’ers) was dit aandeel in beide jaren 1,3 procent. Zzp’ers die vooral producten verkopen of grondstoffen aanbieden, hebben vaker een arbeidsongeval met verzuim dan zzp’ers die eigen arbeid of diensten aanbieden.

     

    Werkenden met een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim% 15- tot 75-jarigen

    Werkenden met een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim (% 15- tot 75-jarigen)

     

    2017

    2015

    Werknemers

    1,6

    1,4

    Zelfstandig ondernemers

    1,2

    1,2

    Waarvan

       

    Zelfstandig ondernemers zonder personeel

    1,3

    1,3

    Zelfstandig ondernemers met personeel

    0,7

    0,8

    Bron: CBS, TNO

    Jongste werknemers vaker arbeidsongeval met verzuim

    Jongere werknemers (15 tot 25 jaar) hadden in 2017 vaker een arbeidsongeval met verzuim dan oudere werknemers. Dit hangt samen met andere verschillen tussen jong en oud. Jongere werknemers zijn bijvoorbeeld vaker uitzendkracht dan oudere werknemers, en uitzendkrachten hebben vaker een arbeidsongeval dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie.

     

    Werknemers met een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim, 2017%

    Werknemers met een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim, 2017 (% )

     

    Werknemers met arbeidsongeval

    15 tot 25 jaar

    1,9

    25 tot 35 jaar

    1,7

    35 tot 45 jaar

    1,6

    45 tot 55 jaar

    1,4

    55 tot 65 jaar

    1,6

    65 tot 75 jaar

    1,2

    Bron: CBS, TNO

    In Nederland minder ernstige arbeidsongevallen dan gemiddeld EU

    In 2016 deden zich in de 28 EU-landen gemiddeld 1,7 duizend arbeidsongevallen met ten minste vier dagen verzuim per 100 duizend werknemers voor. Nederland zit met 1,3 duizend onder dit EU-gemiddelde. Ten opzichte van 2015 is het aantal arbeidsongevallen met minstens vier dagen verzuim zowel in Nederland als in de Europese Unie gestegen. Toen telde Nederland ruim 1,2 duizend arbeidsongevallen per 100 duizend werknemers, tegenover een EU-gemiddelde van ruim 1,6 duizend per 100 duizend.

     

    Arbeidsongevallen* met ten minste vier dagen verzuim, 2016

    Arbeidsongevallen* met ten minste vier dagen verzuim, 2016 (per 100 duizend werknemers (15- tot 75-jarigen))

     

    Aantal arbeidsongevallen per 100 duizend werknemers

    Portugal

    3589

    Frankijk

    3409

    Spanje

    3210

    Luxemburg

    2511

    Italië

    2117

    Oostenrijk

    2102

    Duitsland

    2079

    België

    1972

    Finland

    1860

    Denemarken

    1813

    Europese Unie (EU-28)

    1699

    Slovenië

    1557

    Malta

    1507

    Nederland

    1304

    Estland

    1210

    Kroatië

    984

    Tsjechië

    922

    Verenigd Koninkrijk

    865

    Zweden

    796

    Ierland

    769

    Hongarije

    722

    Cyprus

    717

    Polen

    538

    Slowakije

    533

    Litouwen

    333

    Letland

    236

    Griekenland

    229

    Roemenië

    87

    Bulgarije

    76

    Bron: CBS, Eurostat

    *Gestandaardiseerd

    Bronnen

  3. Vaker gerommel met bewijs na ernstige arbeidsongevallen

    Bron: Arbo-online.nl

    Na ernstige arbeidsongevallen wordt er vaker gerommeld met bewijsmateriaal, constateert Sylvia Kubicz, officier van justitie bij het Functioneel Parket. Heel zorgelijk, vindt zij. “De waarheid komt altijd boven tafel.” In een nieuwe ‘aanwijzing’ legt het OM bij strafrechtelijke vervolging nu meer nadruk op verwijtbaarheid.

    Sylvia Kubicz, officier van justitie bij het Functioneel Parket in Amsterdam, onderzoekt in haar regio dodelijke en ernstige arbeidsongevallen. Zij overlegt geregeld over dossiers met collega’s in andere regio’s. Kubicz onderhoudt vanuit het landelijk Functioneel Parket ook contact met de Inspectie SZW.

    In 2018 kwamen in Nederland 75 mensen om het leven door een ongeval op het werk. Daarmee is het aantal dodelijke arbeidsongevallen terug op het niveau van 2016 (70) en is de daling in 2017 (50 doden) tenietgedaan.

    Twee trends waarneembaar bij ernstige arbeidsongevallen

    De officier van justitie en haar collega’s signaleren twee trends bij ernstige arbeidsongevallen. Kubicz: “In bepaalde sectoren neemt het aantal ernstige ongevallen toe. De bouwsector moet snel en goedkoop bouwen en lijkt daardoor te bezuinigen op veiligheid. Er gebeuren veel ongevallen door gebrek aan coördinatie en overzicht. Een voorbeeld: iemand haalt op een verdieping een vangnet weg om te kunnen werken, maar op de etage erboven valt een andere werknemer in een gat.”

    Ook de tweede trend is zorgelijk, zegt Kubicz: “In meer zaken worden kort na het ongeval verhullende handelingen verricht. Bijvoorbeeld door getuigen te beïnvloeden en hen een net iets ander verhaal te laten vertellen over de toedracht van het ongeval. Of er worden bewust veranderingen aangebracht op de plaats van het ongeval: bij een strafrechtelijk onderzoek het ‘plaats delict’. Het is zelfs gebeurd dat er na een ongeval certificaten zijn vervalst. Dat soort gerommel met bewijsmateriaal gebeurt vaker. Of we zijn het beter gaan zien, omdat we er meer oog voor hebben.”

    Functioneel Parket is specialistisch onderdeel van OM

    Als specialistisch onderdeel van het Openbaar Ministerie werkt het Functioneel Parket vanuit vier eenheden landelijk aan de bestrijding van complexe fraude, milieucriminaliteit en ontnemingszaken. Daarnaast is het Functioneel Parket verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van strafzaken waarin onder andere de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (I-SZW) als bijzondere opsporingsdienst (BOD) het opsporingsonderzoek doet.

     

    En doet strafrechtelijk onderzoek ernstige arbeidsongevallen

    In 2016 kwam ook het strafrechtelijk onderzoek naar ernstige arbeidsongevallen terecht bij het Functioneel Parket. Kubicz: “Het Functioneel Parket heeft veel ervaring met complexe en omvangrijke onderzoeken. De onderzoeken naar arbeidsongevallen vallen vaak ook in die categorie. Het Functioneel Parket behandelde al veel economische delicten, waaronder asbestzaken, incidenten met BRZO-bedrijven en kwesties met gevaarlijke stoffen. Die feiten gebeuren vaak in combinatie met overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet. Bovendien behandelt het Functioneel Parket ook alle andere zaken die de opsporingsdienst van Inspectie SZW onderzoekt. Daarom is gekozen voor een loket.”

    Landelijk werken 15 tot 20 officieren van justitie met ondersteuning van parketsecretarissen aan zaken.

    Bij opzet in het spel geldt overtreding artikel 32 als misdrijf

    Handhaving van de Arbowet en de Arbeidstijdenwet gebeurt doorgaans via de bestuursrechtelijke aanpak. Dit houdt in dat in de meeste gevallen een zaak wordt afgedaan met een (stevige) bestuurlijke boete. Het strafrecht komt alleen kijken bij ernstige overtredingen van bepalingen van Arbowet en Arbeidstijdenwet die zijn aangewezen in de zin van de Wet op de economische delicten (WED).

    Zo stelt artikel 32 van de Arbowet strafbaar: Het in strijd met de Arbowet handelen of nalaten indien daardoor mogelijk levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is.

    Als er opzet in het spel is, geldt overtreding van artikel 32 als misdrijf. Zo niet, dan is sprake van een overtreding.

    Na dodelijk of ernstig arbeidsongeval: strafrechtelijk onderzoek

    Onderzoek kan ook leiden tot vervolging van een directeur of direct leidinggevende als natuurlijk persoon

    Een arbeidsongeval dat geleid heeft tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden? Dan is de werkgever verplicht om dat te melden bij de Inspectie SZW. Kubicz: “Gebeurt dat niet, dan riskeert een werkgever een stevige boete.”

    Na een aantal ernstige arbeidsongevallen volgt altijd een strafrechtelijk onderzoek. Na een arbeidsongeval met dodelijke afloop, bijvoorbeeld. Of als een kind bij verboden arbeid ernstig letsel heeft opgelopen. Of als een ongeval om andere redenen zwaar te noemen is.

    Dit gebeurt er na melding van dodelijk arbeidsongeval

    Kubicz vertelt wat er concreet gebeurt met een melding: “Bij een dodelijk ongeval gaan meestal twee inspecteurs en een schouwarts direct ter plaatse. De politie is er vaak ook. I-SZW informeert onmiddellijk de officier van justitie van het Functioneel Parket in de betreffende regio. Want er moeten meteen beslissingen worden genomen, bijvoorbeeld over aanvullend onderzoek naar het lichaam en de omstandigheden.”

    Binnen het strafrechtelijk onderzoek is voor sommige opsporingsbevoegdheden expliciet toestemming nodig van een officier van justitie of rechter-commissaris. “Moeten we de ongevalsplek als plaats delict veiligstellen? Moeten we als bewijsmateriaal materialen of machines in beslag nemen of stukken vorderen? Dat overlegt de inspecteur ter plaatse telefonisch met de officier van justitie”, aldus Kubicz over de eerste handelingen.

    Onderzoek kan leiden tot vervolging leidinggevende

    In een strafrechtelijk onderzoek werkt de toezichthouder van de Inspectie als opsporingsambtenaar en hoort betrokkenen zoals verdachten en getuigen. De Inspectie SZW kent hiervoor ook een gespecialiseerd Team Omvangrijke Ongevallen.

    Kubizc: “Bij een dodelijk ongeval kan sprake zijn van een aanwijzing of verdenking van een strafbaar feit gepleegd door de werkgever. Meestal is het bedrijf als rechtspersoon in zo’n geval de eerste verdachte. Maar onderzoek kan ook leiden tot vervolging van een directeur of direct leidinggevende als natuurlijk persoon. Of van een werknemer, als die verwijtbare fouten heeft gemaakt.”

     

    Doel onderzoek: niet veroordeling, maar waarheidsvinding

    Voor een werkgever is het na een dodelijk ongeval best schrikken om er direct een strafrechtelijk onderzoek bovenop te krijgen, beseft de officier van justitie. Maar het hoofddoel van het Openbaar Ministerie en de Inspectie SZW is waarheidsvinding, benadrukt zij. Kubicz: “Het doel is om te achterhalen wat er is gebeurd. Waarheidsvinding is onze belangrijkste drijfveer.

    Het is niet ons doel om bewijs te verzamelen tegen een werkgever. Dat kan wel het gevolg zijn van een onderzoek, dat klopt. Maar een aanwijzing of verdenking betekent niet altijd dat we tot bewijs komen van een strafbaar feit. Als blijkt dat er geen verwijt kan worden gemaakt, dan is dat de uitkomst van het onderzoek. Niet alle onderzoeken leiden tot een veroordeling.”

    Nieuwe aanwijzing OM over handhaving Arbowet van kracht

    Het is uiteindelijk aan de officier van justitie – veelal in overleg met de inspecteurs van I-SZW – om te bepalen of de zaak daadwerkelijk voor de strafrechter moet komen.

    Een nieuwe aanwijzing van het Openbaar Ministerie over de handhaving Arbeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet (2018A006), per 1 oktober 2018 van kracht, “relateert de inzet van strafrechtelijke middelen bij de strafrechtelijk te handhaven overtredingen van de Arbowet bij ernstige arbeidsongevallen niet meer alleen aan de ernst van de gevolgen (dodelijke afloop) maar mede aan het (verwijtbare) gedrag van de overtreder.” Met andere woorden: er wordt bij de beslissing om strafrechtelijk te vervolgen meer dan voorheen gekeken of een ongeval verwijtbaar is.

    Strafrecht inzetten bij zaken waar dat echt nodig is

    In een strafrechtelijk onderzoek werkt de toezichthouder van de Inspectie als opsporingsambtenaar

    Het strafrecht is vooral voor die gevallen waarin de inspecteur “aanwijzingen heeft dat er sprake is van een opportunistische en calculerende overtreder die bewust en structureel de regels overtreedt en/of als er sprake is van een crimineel opererende overtreder”.

    Kubicz: “De eerdere aanwijzing legde veel nadruk op gevolg. Bij een dodelijk arbeidsongeval was er sprake van een strafrechtelijke afhandeling, zonder overlijden van een bestuursrechtelijke. Dat voelde niet altijd passend. We willen het strafrecht inzetten bij zaken waar dat echt nodig is. Bijvoorbeeld omdat een werkgever het bewust niet zo nauw neemt met veiligheid. In andere gevallen valt er soms niets te verwijten na een dodelijk ongeval. Iemand die een misstap maakt op een ladder kan ook dodelijk ten val komen. Je kunt strafrechtelijke vervolging dus niet alleen ophangen aan het gevolg.”

    Bewijs verhullen of getuigen beïnvloeden is heel ernstig feit

    Het intimideren van werknemers of toezichthouders of het toedekken van oorzaken van een ongeval door het doen van valse verklaringen of wegnemen van bewijsmateriaal kunnen redenen zijn om juist wel strafrechtelijk te volgen, stelt de nieuwe aanwijzing. Het verhullen van bewijsmateriaal of het beïnvloeden van getuigen in een strafzaak is ook echt een heel ernstig feit en kwalijke zaak, benadrukt Kubicz.

    Meineed in verklaring maakt van getuige een verdachte

    “Ik kan me voorstellen dat een werkgever schrikt van een onderzoek van de Inspectie SZW. Maar ik kan me niet voorstellen dat je daardoor bewijsmateriaal probeert te veranderen. Inspecteurs weten dat dit soms toch gebeurt en zijn daar heel alert op. Twijfelen wij aan een verklaring van een getuige, dan laten we die getuige eventueel een verklaring afleggen bij een rechter-commissaris. Dat is minder vrijblijvend dan een verhoor door een inspecteur.

    Een getuige die tegenover de rechter-commissaris niet de waarheid vertelt, pleegt meineed. En heeft daardoor een groot probleem. Want dan ben je niet alleen getuige, maar word je ook verdachte. Als er niets te verwijten valt, wordt dat echt wel duidelijk. Ga alsjeblieft niet rommelen. De waarheid komt altijd boven tafel.”

    Tekst | Walter Baardemans

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.