Werkwijze Nederlandse Arbeidsinspectie

bron: Ministerie SZW

De missie

van de inspectie is veilig, gezond, eerlijk werk en bestaanszekerheid. De regels voor veilig, gezond en eerlijk werk zijn opgenomen in een zevental wetten:[i]

  • Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)
  • Arbeidstijdenwet (Atw)
  • Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)
  • Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU)
  • Warenwet
  • Wet arbeid vreemdelingen (Wav)
  • Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).

Onder andere Arbeidsuitbuiting/mensenhandel is strafbaar ingevolge het wetboek van strafrecht.

De regels voor bestaanszekerheid zijn opgenomen in de sociale zekerheidswetgeving en de toezichtstaak vloeit voort uit de wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI).

Verder vormen de aanwijzingen van de minister-president inzake de rijksinspecties en het organisatie en mandaatbesluit SZW het relevante organisatorische kader.

Wet & Regelgeving

Het regelgevend kader voor het toezicht op de arbeidsomstandigheden is de arbeidsomstandighedenwetgeving. In 2007 is de Arbeidsomstandighedenwet gewijzigd. De verantwoordelijkheid voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden is daarbij nadrukkelijker gelegd bij werkgevers en werknemers.[ii] De overheid stelt in de Arbowet het doelvoorschrift vast, dat wil zeggen het niveau van bescherming dat de werkgever moet bieden aan werknemers om gezond en veilig te kunnen werken. Het doel achter de wetswijziging staat in de memorie van toelichting als volgt verwoord: “De regering is van mening dat arbobeleid niet op gedetailleerd niveau door de centrale overheid moet worden geregeld, maar zoveel mogelijk tot stand moet komen binnen ondernemingen, zodat maatwerk mogelijk is.

Werkgevers en werknemers moeten ruimte hebben – en die ruimte benutten – om in goed overleg invulling te geven aan arbobeleid. Dat moet op een zo kostenefficiënt mogelijke manier, ingebed in het ondernemingsbeleid, met zo min mogelijk klemmende regeldruk maar wel binnen zekere wettelijke begrenzingen”  “in de tweede plaats kan de overheid terughoudender zijn met actief optreden daar waar uit monitoring blijkt dat catalogi [gedoeld wordt op Arbocatalogi voor een branche of sector] doorwerken in de sector. Dit betekent een stimulans voor partijen om tot zelfwerkzaamheid te komen alsook efficiencywinst bij de inzet van inspectiecapaciteit. De aandacht kan dan immers meer gericht worden op sectoren met forse arboproblematiek waar geen of beperkte zelfwerkzaamheid tot stand komt.” “het waarborgen van het doel goede arbeidsomstandigheden moet tegen zo laag mogelijke kosten plaatsvinden”.

Personele bezetting

Uitvloeisel van de verantwoordelijkheidsverdeling is dat het aantal inspecteurs arbeids- omstandigheden in Nederland verhoudingsgewijs lager is dan internationaal[iii]. Een doorlichting van ABD topconsult uit 2016 laat dat zien[iv]. Door de groei van de beroepsbevolking en bij gelijkblijvend ongevalsrisico steeg de capaciteitsinzet voor ongevalsonderzoek en drukte daarmee de inzet op (preventie door) actieve inspecties weg. In het Inspectie control

Framework is in 2017 het besluit voorgelegd om de balans in capaciteitsinzet actief/reactief terug te brengen[v]. Daartoe is besloten in het regeerakkoord 2017[vi]. Eind 2021 was deze verhouding teruggebracht tot 45% actief en 55% reactief. Ter vergelijk: in 2018 nam het reactieve werk 76% van de capaciteit en was 24% beschikbaar voor actieve, risicogerichte inspecties. Met de uitbreiding op arbo terrein wordt dus de balans hersteld. Tegelijk wijzigt dit de internationale vergelijking niet wezenlijk. Sinds 2015 is de beroepsbevolking ook verder gegroeid waardoor de internationale vergelijking in essentie niet is gewijzigd. De ze verhouding past bij de in Nederland gekozen systematiek om de verantwoordelijkheid bij werkgevers en werknemers te leggen.

Prioritering

Toezicht houden is keuzes maken. Ongeacht of Nederland in internationaal verband veel of weinig inspecteurs heeft, en ook als het aantal inspecteurs het dubbele, drievoudige of het tienvoudige zou zijn, zou gelden dat er voortdurend keuzes gemaakt moeten worden.

Onderstaand plaatje illustreert dat. Het geeft de potentiële toezichtpopulatie aan anno 2022.

In 2017 waren de cijfers respectievelijk circa 17 miljoen, circa 8,6 miljoen en circa 1,6 miljoen, zie het Inspectie Control Framework. Binnen de populatie bedrijven zijn met name de bedrijven relevant die ook werkgever zijn. Dit zijn er circa 350 duizend, zonder dat overigens altijd vaststaat welke van 2 miljoen dat zijn.

Om keuzes te maken wordt gebruik gemaakt van risico-analyse. Zowel op strategisch, tactisch als operationeel niveau. Onderstaande plaatje geeft aan wat het product is waartoe de analyse leidt.

De strategische analyse vindt plaats door een inspectiebrede risico analyse [vii] en omgevings- analyse en leidt tot het meerjarenplan. Het lopende meerjarenplan betreft 2019 -2022.[viii] Onderstaande figuur is aan dat plan ontleend. Fysieke belasting is een serieus risico, het is een van de oranje risico’s, de grootste risico’s staan in het rode vak. Hoe de Arbeidsinspectie de verschillende risico’s aanpakt staat beschreven in het meerjarenplan.

In het meerjarenplan zijn de actieve programma’s benoemd waarmee de inspectie werkt. Het responsieve/reactieve werk is sinds mei 2022 georganiseerd in de Directie Meldingen en Verzoeken. Onderstaand opsomming is aan het Meerjarenplan 2019-2022 ontleend.

Programmatisch werken

Binnen ieder programma is opnieuw sprake van risico-analyse. Deze risico analyse op tactisch niveau leidt opnieuw tot het maken van keuzes, bijvoorbeeld om in de bouw in te zetten op een ketenaanpak, bij asbest op malafide saneerders, bij schoonmaak op onder andere glasbewassing en hotelschoonmaak, bij uitzendbureaus de inzet in distributiecentra te bezien, maaltijd en flitsbezorging te onderzoeken etc. Naast de keuzes voor een sector of activiteit, zijn daarbij ook keuzes aan de orde over de in te zetten interventies. Dit vloeit voort uit de ‘interventietoolbox’, zie onderstaand.

Binnen de projecten waarin zo’n aanpak wordt georganiseerd, vindt dan operationele risicoselectie plaats. Die is dan om te bepalen bij welke bedrijven/subjecten een interventie plaatsvindt.

Als analytisch denkmodel hanteert de inspectie de ‘werkgeverspiramide’. In de top van de piramide zitten bedrijven die willens en wetens de regels niet naleven (criminele werk- gevers en notoire overtreders). In het middensegment van de piramide bevinden zich werk- gevers die zich niet aan de wet houden omdat ze niet op de hoogte zijn van de geldende regelgeving of omdat ze niet over voldoende mogelijkheden beschikken om de wet goed na te leven (onbedoelde overtreders). Aan de basis van de piramide is sprake van goed werkgever- schap (of opdrachtgeverschap) en leven bedrijven de arbeidswetgeving na.

Een uitgebreidere beschrijving en kwantificering van de ‘lagen’ is te vinden in het jaarplan 2022.[ix] Sinds 2016 hanteert de inspectie als streven om zich meer en meer te verantwoorden op maatschappelijk effect.[x] Daarmee wordt het te behalen effect centraal gesteld en niet het halen van zo veel mogelijk aantallen inspecties. Uiteraard zijn die nog steeds van belang, maar een bovenmatige nadruk op aantallen inspecties zegt weinig over het maatschappelijk effect dat wordt bereikt en heeft als risico dat kwantiteit voorgaat op kwaliteit.

Zelfinspectietools en interventietoolbox.

De Arbeidsinspectie heeft een aantal instrumenten ontwikkeld gericht op het verder vergroten van effect. Een voorbeeld van een dergelijk instrument zijn de zelfinspectietools. Deze zelfinspectietools beslaan vier belangrijke thema’s waarop de Arbeidsinspectie toezicht houdt: Gezond en Veilig werken, Eerlijk werken,

Werkdruk en ongewenst gedrag en Werken met gevaarlijke stoffen. Met deze tools kijkt de

werkgever als het ware door de ogen van een inspecteur naar de eigen organisatie. Zij kunnen met een aantal vragen (stappen) controleren of zij voldoen aan de wet- en regelgeving rond

arbeidsrisico’s. Aan het eind krijgen zij terugkoppeling in de vorm van een actielijst. Voor de onderdelen die zij nog niet op orde hebben krijgen zij actiepunten.

Uit onderzoek onder de doelgroep blijkt dat gebruikers van een zelfinspectietool vaker dan anderen overgaan tot het nemen van maatregelen om gezonder, veiliger of eerlijker te werken. De tools worden daarom doorlopend gepromoot door de Arbeidsinspectie onder werkgevers. Meer informatie over het gebruik is te vinden in het Jaarverslag 2021.

De zelfinspectietools van de Arbeidsinspectie zijn te raadplegen via: Zelfinspectie.nl: Eerlijk, gezond en veilig werk | Zelfinspectie door de Nederlandse Arbeidsinspectie

Een ander voorbeeld is de interventietoolbox. Door middel van de interventietoolbox worden de interventies gekozen die passend zijn voor een bepaalde doelgroep om daarmee het meeste effect te bereiken. Dat kan afhangen van de omvang van een bedrijf, het kennisniveau, de zwaarte van de overtreding, etc. Met de interventietoolbox kan relatief eenvoudig een passende interventie worden gekozen voor een heel aantal verschillende situaties. Meer informatie over de interventietoolbox is te vinden op De interventietoolbox | Jaarstukken Nederlandse Arbeidsinspectie (rijksoverheid.nl)

Meldingen en verzoeken.

Iedereen kan een melding doen bij de Arbeidsinspectie. Op de startpagina van de Arbeidsinspectie staat een directie link waar digitaal een melding kan

worden gedaan bij het Meldingen Informatiecentrum (MIC), maar een telefonische melding, al dan niet anoniem, is ook mogelijk, 24/7.

In 2021 betrof het ruim 15 duizend meldingen. Bijna de helft corona. Naar verwachting zal het aantal reguliere meldingen tussen de 8 en 10 duizend liggen in tijden zonder corona. In het jaarverslag wordt getalsmatig gerapporteerd, bijvoorbeeld over het percentage meldingen dat voor andere instanties is (16%) en het percentage dat de inspectie zelf onderzoekt. In 2021 was dat circa 30% van de reguliere meldingen (niet-coronameldingen).[xi]

Meldingen zijn voor de Arbeidsinspectie belangrijk. Meldingen bevatten informatie van burgers en werknemers over werkgevers die mogelijk niet alleen voor een gerichte inspectie zorgen, maar ook in breder verband relevant kunnen zijn voor ontwikkelingen, trends en cijfermatige analyse. Een goed contact met werknemersvertegenwoordigers, zoals vakbonden of ondernemingsraden, bedrijfsartsen enz. helpt om structurele risico’s die op termijn tot beroepsziekten kunnen leiden in een vroeg stadium te onderkennen. Bedrijfsartsen melden beroepsziekten (niet herleidbaar tot personen of werkgevers) bij het Nederlands Centrum voor Beroepszieken (NCvB). Deze statistische gegevens worden gebruikt in de risicoanalyse van de Arbeidsinspectie, voor het schatten van het aantal beroepsziekten dat wordt veroorzaakt door ieder risico (bij de gezond- en veiligheidsrisico’s). Vervolgens wordt voor de risico’s weer gekeken in welke sectoren ze spelen.

Indien een melding of verzoek wordt gedaan door een vakbond of vanuit de personeels- vertegenwoordiging in een bedrijf dan vloeit uit de Arbowet, artikel 24, voort dat de Inspectie zo spoedig mogelijk gehoor geeft aan het verzoek.

Handhaving.

Om handhavend op te kunnen treden bij onveilige of ongezonde arbeids- omstandigheden moet de inspecteur ter plekke vaststellen of de werkgever afdoende maatregelen neemt en/of er op toeziet dat er veilig en gezond wordt gewerkt. Voorlichting over gezonde en veilige werkwijzen is eveneens een verplichting evenals het inschakelen van deskundige bijstand om te bepalen wat de juiste maatregelen zijn om te voldoen aan de verplichtingen uit de Arbowet. Wanneer de inspecteur constateert dat de werkgever niet voldoet aan de verplichtingen uit de Arbowet en geen afdoende maatregelen heeft genomen, kan een waarschuwing worden gegeven, een eis tot verbetering worden gesteld, of een boeterapport worden opgesteld. Na eventueel bezwaar van de werkgever kan een boete worden opgelegd waartegen een werkgever in beroep kan gaan bij de rechter. In 2021 is schriftelijk uitgebreid ingegaan op het boetebeleid, de rechtsgang en proportionaliteit[xii].

Casus Schiphol.

In 2004 constateerde de Arbeidsinspectie dat bij de behandeling van bagage de gezondheidskundige grenswaardes bij het tillen twee tot vier keer werden overschreden. Eind november 2004 is daarom handhaving ingezet bij alle bagage- afhandelaren op de luchthaven Schiphol, gericht op het beperken van overmatige fysieke belasting. Dit heeft geleid tot een gezamenlijk streven van betrokken partijen om – in overleg met de Arbeidsinspectie – tot een gezond niveau van fysieke belasting voor de bagage- medewerker te komen door ondermeer de inzet van hulpmiddelen (zoals tilhulpen die in Zweden waren ontwikkeld, of rechte, dubbele latrail en carrousels). Bij de betreffende bedrijven hebben na 2008 geen her-inspecties plaatsgevonden omdat er voldoende vertrouwen was dat voorgenomen investeringen en aanpassingen uitgevoerd zouden worden. Een voortgangscontrole van de Arbeidsinspectie in 2010 bevestigde dit beeld. Wel waren er nog enkele openstaande punten rond het tillen van bagage. In juni 2012 is de inzet van een nieuw ontwikkelde tilhulp CLS besproken. Met de inzet van deze tilhulp wordt het structureel tillen van bagagestukken voorkomen en wordt het niveau van fysieke belasting voor de bagagemedewerker teruggebracht tot een “gezond” niveau. Daarmee was voor de Arbeidsinspectie het traject dat in 2004 is gestart in 2012 afgerond.

In de afgelopen jaren zijn bij de Arbeidsinspectie van medewerkers die werken op Schiphol bij de bagageafhandelaars meldingen binnengekomen, maar die gingen vooral over het loon en de werktijden. Daar is door de inspectie in de afgelopen jaren ook op gecontroleerd. In het geval van fysieke belasting bij bagage-afhandelaars heeft de Arbeidsinspectie geen meldingen van een vakbond of personeelsvertegenwoordiging ontvangen. Op andere terreinen – zoals gevaarlijke stoffen – hebben de afgelopen jaren diverse inspecties plaatsgevonden op Schiphol. In het geval van fysieke belasting bij bagageafhandelaars heeft de Arbeidsinspectie geen meldingen van een vakbond of personeelsvertegenwoordiging ontvangen. Recent heeft de Arbeidsinspectie controles uitgevoerd bij bagage- afhandelaars op Schiphol, naar aanleiding van vragen en informatie van NOS/Nieuwsuur. De onderzoeken lopen nog. Voor de vrachtafhandeling (cargo) had de Arbeidsinspectie al eerder een controle gepland die later dit jaar plaatsvindt.


[i] De uitwerking van de Wet aanpak schijnconstructies is geregeld in de genoemde wetten en in bepalingen opgenomen in Boek7 van het Burgerlijk Wetboek

[ii] Zie Memorie van Toelichting bij Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (kst-30552-3).

[iii] Zie onder andere Tweede Kamer, 2014–2015, 29 427, nr. 103

[iv] Tweede Kamer, 2016-2017, 34550-XV nr. 14, pagina 67

[v] Tweede Kamer, 2016–2017, 34 550 XV, nr. 74

[vi] Tweede Kamer, 2017-2018, 34700, nr. 34.

[vii]  (https://www.nlarbeidsinspectie.nl/publicaties/rapporten/2018/11/15/ira-2018

[viii] (Meerjarenplan 2019-2022 van de Inspectie SZW | Jaarplan | Nederlandse Arbeidsinspectie (nlarbeidsinspectie.nl)

[ix]Jaarplan 2022 Nederlandse Arbeidsinspectie | Jaarplan | Rijksoverheid.nl

[x] Tweede Kamer, 2016-2017, 34 550 XV, nr. 5.

[xi] https://www.nlarbeidsinspectie.nl/publicaties/jaarverslagen/2022/05/09/jaarverslag-2021, pag. 17 geeft een overzicht van de belangrijkste redenen waarom meldingen niet in onderzoek zijn genomen, zoals onvoldoende/verouderde informatie, of buiten het domein van de Arbeidsinspectie

[xii] Tweede Kamer, 2020-2021, 35 570 XV, nr. 83.

Een gedachte over “Werkwijze Nederlandse Arbeidsinspectie”

  1. Arbeidsinspectie schetst haar keuzes, ambities en programma’s voor komende jaren

    Nieuwsbericht | 25-11-2022 | 15:55

    “Werk zorgt voor inkomen, doel, structuur, vreugde en verdriet. Het is ongelooflijk belangrijk en het is er momenteel in overvloed in Nederland. De dynamiek is groot. In de economie en op de arbeidsmarkt. Waar mensen werken, is er risico op oneerlijk, ongezond en onveilig werk. Werkgevers en opdrachtgevers staan aan de lat om die risico’s te voorkomen of beperken. Toezicht houden betekent keuzes maken. Ongeacht of de Arbeidsinspectie tien keer zo klein of tien keer zo groot is. Iedere vier jaar schetst de Inspectie haar keuzes, ambities en daaruit voortvloeiende pro­gramma’s. In dit geval voor de periode 2023-2026”.

    Aldus Inspecteur-generaal Rits de Boer in zijn voorwoord in het “Meerjarenplan 2023-2026 van de Nederlandse Arbeidsinspectie”, dat vandaag, gelijktijdig met het “Jaarplan 2023”, is gepresenteerd. De grootste taken van de Nederlandse Arbeidsinspectie vloeien voort uit zeven arbeidswetten. De taken richten zich vooral op de circa 340 duizend werkgevers en hoe zij hun verantwoordelijkheden voor eerlijk, gezond en veilig werken waarmaken.

    In het Meerjarenplan en Jaarplan komen alle toezichtsprogramma’s en hun activiteiten aan bod, ook  het toezichtswerk op basis van meldingen en verzoeken uit de samenleving. De programma’s zijn gericht op herkenbare maatschappelijke risico’s. Om keuzes te maken, gebruikt de Arbeidsinspectie risico-analyses zowel op strategisch en tactisch als op operationeel niveau. De risico-analyse op strategisch niveau is gestoeld op een Inspectiebrede Risico-analyse en een omgevingsanalyse   en hebben geleid tot de keuze voor de toezichtsprogramma’s. Binnen de programma’s maakt de Inspectie op tactisch niveau opnieuw keuzes voor verschillende projecten en de inzet van toezichtsinstrumenten. Binnen de projecten waarin zo’n aanpak wordt georganiseerd, vindt operationele risicoselectie plaats. Deze selectie is dan om te bepalen bij welke bedrijven/subjecten een interventie plaatsvindt.

    Volledig nieuw in dit meerjarenplan is het pro­gramma ‘trends en ontwikkelingen’. Dit programma gaat mogelijke ontwijkgedrag snel onderzoeken, en om te faciliteren dat signaleringen zoals de afgelopen jaren over jonge vloggers, maaltijdbezorging of recentelijk flitsbezorging tot stand blijven komen.

    Op het vlak van eerlijk werk staan we aan de vooravond van belangrijke wettelijke ingrepen. Strafrechtelijke arbeidsuitbuiting wordt gewijzigd. Op dit moment ligt de lat om tot een veroordeling te komen hoog. De Inspectie ondersteunt de mogelijke wijzigingen dan ook  van harte. In een rapportage van november 2021 heeft de Arbeidsinspectie input gegeven voor de modernisering van artikel 273f strafrechtelijke arbeidsuitbuiting van het Wetboek van Strafrecht, om meer zaken voor de rechter te kunnen brengen.

    Maar strafrechtelijke arbeidsuitbuiting is maar het topje van het risico op oneerlijk werk. Want het leeuwendeel betreft onderbetaling en overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de EU, de arbeidstijdenwet en de regels voor uitzendarbeid. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beziet ook een wetsaanpassing, zodat de Inspectie bedrijven of werkzaamheden stil kan leggen bij ernstige overtredingen van die wetten, om misstanden en uitbuitingssituaties effectiever aan te pakken.

    Bekijk Jaarplan 2023

    Bekijk Meerjarenplan 2023-2026

     

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *