In de puberhersenen wint emotie het van zelfcontrole

Jongeren nemen vaker risicovolle beslissingen dan volwassenen. Promovenda Linda van Leijenhorst ontdekte waarom: de hersenen van jongeren zijn extra gevoelig voor beloningen, terwijl de hersengebieden die het gedrag in toom moeten houden nog niet volledig zijn gerijpt.

Zonder helm op een brommer rijden. Experimenteren met drank en drugs. Jongeren plaatsen niet alleen hun ouders maar ook wetenschappers voor de vraag: waarom? Waarom storten jongeren zich vol overgave in riskante situaties die de meeste volwassenen mijden? Het is precies die vraag waar psychologe Linda van Leijenhorst een antwoord op probeerde te vinden in het Leidse Brain and Development Lab van de afdeling Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie. De promovenda liet proefpersonen uit verschillende leeftijdsgroepen simpele goktaken uitvoeren en bracht ondertussen hun hersenactiviteit in kaart met een fMRI-scanner.

Linda van Leijenhorst: ‘Hersenscantechnieken hebben het mogelijk gemaakt om veranderingen in de ontwikkeling te bestuderen, zelfs wanneer die niet op basis van gedrag zichtbaar zijn.’

De hersenen van jongeren blijken bij het nemen van beslissingen anders te functioneren dan die van volwassenen. ‘Jongeren zijn een stuk gevoeliger voor het vooruitzicht van een mogelijke beloning,’ vertelt Van Leijenhorst. In haar experimenten konden proefpersonen met hun beslissingen kleine geldbedragen winnen. De fMRI-resultaten lieten zien dat de activiteit van bepaalde hersengebieden piekt rond de leeftijd van 14 tot 15 jaar. ‘De beloningsgebieden in het brein lopen qua ontwikkeling voor op hersengebieden die de gedragsimpulsen moeten controleren. Jongeren zijn daarom sneller geneigd om risico’s te nemen: ze zijn op zoek naar een kick en kunnen hun eigen gedrag nog niet goed reguleren.’

Jongeren mogen dan veel risico’s nemen, vaak snappen ze best wat de gevolgen kunnen zijn. Uit een experiment van Van Leijenhorst blijkt dat 8-jarige kinderen al op volwassen niveau in staat zijn om kansen af te wegen en beloningen in te schatten. Het is daarom onwaarschijnlijk dat jongeren risico’s nemen omdat ze niet weten waar ze mee bezig zijn. ‘De meeste jongeren begrijpen heus wel dat het niet verstandig is om met vrienden op MSN te chatten terwijl ze voor een proefwerk aan het leren zijn. Toch doen ze het. Chatten met vrienden is een sociale beloning waar ze nu eenmaal moeilijk weerstand tegen kunnen bieden.’

Het promotieonderzoek van Van Leijenhorst is de laatste toevoeging aan een serie baanbrekende studies die het Brain and Development Lab de afgelopen jaren veel publiciteit bracht. Het gebruik van van de nieuwste hersenscanners biedt volgende Van Leijenhorst ongekende mogelijkheden. ‘Voor het eerst in de geschiedenis beschikken we over een techniek waarmee we de werkende hersenen in beeld kunnen brengen. fMRI heeft het mogelijk gemaakt om veranderingen in de ontwikkeling te bestuderen, zelfs wanneer die niet op basis van gedrag zichtbaar zijn. In sommige gevallen vertonen adolescenten en volwassenen hetzelfde gedrag, maar blijken er wel verschillen te zijn in de processen in de hersenen die ten grondslag liggen aan dit gedrag.’

Toch kent de techniek nog beperkingen. Vooral het verklaren van individuele verschillen in gedrag is op dit moment nog een brug te ver. Van Leijenhorst: ‘Onze conclusies zijn gebaseerd op groepsgemiddelden. Activiteit in een bepaald hersengebied van een individu kan afwijken van het gemiddelde van de groep. We zijn daarom nog niet in staat om te voorspellen welke adolescent een verhoogde kans op risicogedrag heeft op basis van zijn of haar hersenactiviteit.’

Voor Van Leijenhorst ligt daar een belangrijke uitdaging: individuele verschillen tussen adolescenten verklaren. Want juist bij adolescenten zijn individuele verschillen in zowel gedrag als hersenactiviteit groot. Onderzoek naar die verschillen heeft mogelijk ook maatschappelijke implicaties. Van Leijenhorst noemt het Nederlandse schoolsysteem als voorbeeld: ‘Onderwijsmethoden zijn nu vooral op de gemiddelde tiener geënt. Maar misschien kan de ene leerling wel een stuk beter omgaan met zelfwerkzaamheid dan de andere.’

Om dit vervolgonderzoek te stimuleren kende de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in december 2009 een Rubicon-subsidie aan Van Leijenhorst toe. De psychologe is nu 18 maanden lang te gast aan de University of California in Los Angeles. De adolescentie als onderzoeksonderwerp heeft voor haar nog niets aan aantrekkingskracht ingeboet. Niet alleen omdat veel jongeren – in meer of mindere mate – risicovol gedrag vertonen. Maar ook omdat het volgens Van Leijenhorst een periode van ongekende mogelijkheden is. ‘Juist omdat je als adolescent minder voorzichtig bent en je brein nog volop in ontwikkeling is, is de adolescentie ook een unieke kans om de wereld te ontdekken en veel nieuwe kennis op te doen.’

Van Leijenhorst, L., Why teens take risks: A neurocognitive analysis of developmental changes and individual differences in decision-making under risk

Promotie: 19 januari 2010
Faculteit: Sociale Wetenschappen
Promotoren: prof.dr. E.A. Crone, prof.dr. P.M. Westenberg

(19 januari 2010/Tristan Lavender)

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *