Rechter doet belangrijke uitspraak over boetebesluiten van SZW

Asbest

10-12-2014

Legal Experience bepleitte het standpunt dat de Minister van SZW zijn huiswerk onvoldoende had gedaan bij het opleggen van een hoge boete aan een asbestsaneerder. De Rechtbank Gelderland was het daarmee eens. De uitspraak van de rechtbank betekent een belangrijke slag voor asbestsaneerders die willen opkomen tegen een door de Minister van SZW opgelegde boete.

Strenge eisen aan de bewijsvoering van asbestboetes

In deze zaak had de arbeidsinspecteur bij de verwijdering van asbesthoudende golfplaten van een loods een aantal asbeststukjes waargenomen die lagen op de grond naast de loods. Hiervoor legde de Minister van SZW een boete op omdat de saneerder de stukjes niet direct zou hebben opgeruimd. Hiertegen werd aangevoerd dat vanwege het bestraffende karakter van de boetes, strenge eisen gesteld moeten worden aan de bewijsvoering en de motivering ervan. Daarom had de arbeidsinspecteur ook moeten onderzoeken of deze stukjes op de grond daadwerkelijk het gevolg waren van de saneringswerkzaamheden. De rechtbank was het daarmee eens en oordeelde dat de boete ten onrechte was opgelegd.

Zware overtreding?

Verder voerde Legal Experience aan dat het niet volgen van het werkplan door de werknemers ten onrechte was aangemerkt als een ‘Zware Overtreding’. Hiervan is volgens de beleidsregel pas sprake als de overtreding ziet op een maatregel uit het werkplan die strekt ter bescherming van de werknemers. Dit was onvoldoende door de Minister aangetoond. Ook dit betoog volgde de rechtbank en oordeelde dat daarom geen boete kon worden opgelegd.

Met deze uitspraak heeft de rechtbank dus bevestigd dat slechts bij bepaalde overtredingen van het werkplan direct een boete kan worden opgelegd op basis van artikel 4.50, vijfde lid Arbobesluit. Dit is van groot belang nu de praktijk leert dat de Minister van SZW voor het niet werken volgens het werkplan zeer gemakkelijk en veelvuldig hoge boetes oplegt.

Matiging conform de Beleidsregel

Tot slot oordeelde de rechtbank dat een andere boete met een derde gematigd moest worden, conform de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving. In die beleidsregel is onder meer bepaald dat een boete moet worden gematigd indien de werkgever (1) de risico’s voldoende heeft geïnventariseerd; (2) een veilige werkwijze heeft ontwikkeld en; (3) hiervoor de nodige arbeidsmiddelen ter beschikking heeft gesteld. Dat was volgens de rechtbank het geval. Door de saneerder was een gedegen werkplan opgesteld op basis van het asbestinventarisatierapport. Dat de werkzaamheden uiteindelijk door de werknemers niet volgens het werkplan werden uitgevoerd doet aan het voorgaande niets af, aldus de rechtbank.

Advies

Deze uitspraak illustreert dat het opkomen tegen asbestboetes zinvol is. Het ministerie legt door verscherpte wetgeving steeds hogere boetes op en pakt recidive strenger aan, zonder dat daaraan altijd zorgvuldig onderzoek ten grondslag ligt. Daardoor kunnen boetebesluiten gebrekkig zijn opgesteld en onvoldoende gemotiveerd. Van de oorspronkelijk door de Minister van SZW opgelegde boete bleef door de uitspraak van de rechtbank ongeveer 25% over.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *