Haalt de stratenmaker zijn pensioen nog gezond?


Gepubliceerd: 06-01-2017 |www.schagenfm.nl

Metselaars, stratenmakers en verplegers, mensen met zware beroepen halen hun pensioen niet en als zij die halen gaan ze eerder dood. Zegt gezondheidseconoom Bastian Ravesteijn van de Erasmus Universiteit in Rotterdam die dit heeft dit uitgezocht.

Ook de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) waarschuwt dat arbeiders die zwaar werk doen niet fysiek in staat zijn om door te werken. Had dat eerder gezegd, denk ik dan. Het ophogen van de pensioengerechtigde leeftijd is niet meer terug te draaien. Toen in de Tweede Kamer gesproken werd over doorschuiven van de pensioendatum werd ook gepraat over mensen met een zwaar beroep van wie niet kan worden verlangd dat ze door te werken.

Zwaar fysiek werk op latere leeftijd heeft zeer negatieve gezondheidseffecten. Daarover waren de politici het wel eens. Toch heeft men het idee om deze mensen te ontzien losgelaten. Waarom? Omdat men juridische strijd vreesde over de vraag welke beroep valt onder het begrip zwaar en welke niet? Er bestaat ook zoiets als mentaal zware arbeid.

Zo hebben onderwijzers te maken met steeds grotere klassen, artsen met lange werkdagen en chauffeurs die rijden op lange internationale routes. En zo zijn er meer zwarebanen in de vliegsector. Toch is er geen lijst gekomen met zware beroepen. Zo’n lijst blijft arbitrair en zal altijd tot discussie leiden was de redenering. Niet doen dus.

Nu begint de discussie echter opnieuw. Vooral voor lager opgeleiden is doorwerken fysiek te zwaar. ‘We zijn er niet klaar voor’, zeggen bedrijfsarts en NVAB-bestuurder Ernst Jurgens in het Algemeen Dagblad. Over welke beroepen heeft hij het dan: metselaar, timmerman, postsorteerder, bakker, verpleger, postsorteerder en kassamedewerker. Dit zijn doorgaans beroepsgroepen met lage inkomens. Daar kan je dus ook de pensioenleeftijd van laten afhangen. De beroepsbevolking in de Noordkop bestaat hoofdzakelijk uit lager opgeleide werknemers. In België is nu een discussie op gang gekomen over hetzelfde onderwerp: moeten we zware beroepen uitzonderen van de regel?

In Nederland zijn verschillende geluiden te horen. Sommigen vinden dat deze werknemers zich op hun vijftigste zich moeten omscholen. Wat we zien is dat werkgevers geld beschikbaar stellen voor het volgen van cursussen maar laten het aan de werknemers over om zich te laten inschrijven. Het zijn vaak de hoger opgeleiden die zich melden omdat zij zich veel meer bezig houden met carrièreplanning dan lager opgeleiden die werken op basis van een Flexcontract en dat nodigt niet uit om een cursus te gaan volgen.

Anderen komen weer met de lijst van zware beroepen. En dan zijn er ideeën de zware beroepenlijst te kunnen omzeilen door het enkel te hebben over de laagopgeleiden. Zij kunnen eerder stoppen met werken door het verzilveren van doorwerkbonussen. Een heel rare oplossing. De consequentie is minder AOW voor de laagopgeleiden die het al moeilijk hebben het hoofd boven water te houden. Kortom, het blijft zeuren. Het zijn altijd de witte boorden die blauwe boorden vertellen wat ze moeten doen. Dit wordt niet meer gepikt.

Eugeen Hoekstra

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *