VRIJWILLIGER

 

Trefwoord(en)

Vrijwilligers, arbeidsongeval

Vraag

Is het mogelijk handhavend op te treden tegen degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn in geval van een arbeidsongeval en overtreding van een bepaling genoemd in artikel 9.5a Arbobesluit?

Antwoord

Op grond van artikel 1, lid 2 onder b Arbowet wordt een vrijwilliger niet aangemerkt als werknemer en kan een arbeidsongeval op grond van artikel 1, lid 3 onder i Arbowet alleen aan een werknemer overkomen (= onder gezag werken).

Artikel 9.5a Arbobesluit bepaalt echter dat een werkgever verplicht is een limitatief aantal bepalingen (met betrekking tot ernstige risico’s) ook ten opzichte van vrijwilligers na te leven.

In die gevallen wordt een vrijwilliger dus gelijk gesteld met een werknemer.

 

Indien een vrijwilliger een arbeidsongeval overkomt als gevolg van een overtreding van een van de artikelen genoemd in artikel 9.5a Arbobesluit kan de Inspectie SZW, directie Arbo, een ongevalsonderzoek verrichten en een OBR opmaken.

 

Indien een vrijwilliger een ongeval overkomt als gevolg van een overtreding van een artikel dat niet in artikel 9.5a Arbobesluit is opgenomen, zal de inspecteur moeten beoordelen of de bepaling ook ten opzichte van werknemers wordt overtreden. Het

wordt dan een actieve zaak die kàn uitmonden in een boeterapport.

 

Ter toelichting

Vrijwilligers worden enerzijds uitgezonderd van de toepassing van de Arbowet

(nationale regelgeving) en anderzijds wordt een basis gegeven om voor deze categorie werknemers wettelijke voorschriften uit de Arboregelgeving voor ernstige arbo-risico’s

toe te passen. Door dus bepaalde artikelen van toepassing te verklaren op vrijwilligers worden zij in die gevallen gelijkgesteld met werknemers.

 

Arbeidsomstandighedenbesluit

Artikel 9.5a Verplichtingen van degenen bij wie vrijwilligers werkzaam zijn

1. Degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn is verplicht tot naleving ten aanzien van die vrijwilligers

van de voorschriften en verboden die zijn opgenomen in de volgende artikelen:

a. van de wet: de artikelen 3 (arbobeleid), 4 (aanpassing arbeidsplaats), 5 (RI&E) en 18 (arbeidsgezondheidskundig onderzoek), voor zover het betreft arbeid met gevaarlijke stoffen en

biologische agentia waarop hoofdstuk 4 (gevaarlijke stoffen) van het besluit van toepassing is, 6 tot en met 11[i],16 tot en met 44

b. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, eerste lid (veilige arbeidsplaats), 3.3 (stabiliteit enstevigheid), 3.4 (elektrische installaties), 3.5 (elektrotechnische werkzaamheden en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie), 3.5d, eerste lid (nemen van maatregelen om explosieve atmosfeer te voorkomen) , 3.5g (gevaar voor verstikking, vergiftiging brand of explosie), 3.5h (veiligheid aan, op of in tankschepen), 3.6, eerste lid (vluchtwegen en nooduitgangen),

3.16 (valgevaar) en 3.17 ( getroffen worden door);

c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.1b tot en met 4.10d (omgaan met gevaarlijke stoffen), 4.13 tot en met 4.21 (beperking blootstelling), 4.23 (Arbeidsgezondheidskundig onderzoek) , 4.44 tot en met

4.54d (asbest), 4.58 tot en met 4.61 (gezondheidsschadelijke stoffen), 4.61 a, 4.61b, 4.62b, 4.84 tot en met 4.102, 4.108 en 4.109;

d. van hoofdstuk 5: de artikelen 5.2 en 5.3,aanhef en onder a; (fysieke belasting)

e. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.8, eerste tot en met derde, zevende, negende, tiende en elfde lid,

6.11c, tweede lid, 6.12, eerste en tweede lid, 6.13, 6.14, 6.14a, 6.14b, 6.15, 6.15a, 6.16, 6.17, 6.18,

6.19 en 6.20; (beperking blootstelling aan lawaai)

f. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.3, tweede tot en met vierde lid, 7.4, 7.5, tweede, derde en vijfde lid,

7.7, eerste lid, 7.9, 7.11, tweede lid, 7.16, 7.17a, eerste, tweede en vijfde lid, 7.17b, eerste en tweede

lid, 7.17c, eerste en tweede lid, 7.18, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, 7.18a, derde en

dertiende lid, 7.18b, eerste lid, 7.23, 7.23a tot en met 7.23d, en 7.32 tot en met 7.35; (gebruik Arbeidsmiddelen)

g. van hoofdstuk 8: de artikelen 8.1, tweede, zevende en achtste lid  (vereisten persoonlijke beschermingsmiddelen), en 8.4 (veiligheids- en gezondheidssignalering).

2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, is ten aanzien van vrijwilligers die jonger zijn dan 18 jaar

tevens verplicht tot naleving ten aanzien van die vrijwilligers van de voorschriften en verboden die zijn

opgenomen in de artikelen 1.37, eerste lid, eerste zin, en tweede lid (deskundig toezicht), 3.46, 6.27 (arbeidsverboden jeugdige werknemers) en 7.39 (deskundig toezicht bij het werken met trekkers, dieren, slachten en lopende bandwerk) .

3. De persoon, bedoeld in het eerste lid, is ten aanzien van zwangere vrijwilligers en vrijwilligers

tijdens de lactatie tevens verplicht tot naleving ten aanzien van die vrijwilligers van de voorschriften en

verboden die zijn opgenomen in de artikelen 1.42, 3.48, 6.29 en 6.29a.

Uitwerking van de bepalingen in Wet en Besluit

Wat houden veilige en gezonde arbeidsomstandigheden in?

In het algemeen komt dit er op neer dat vrijwilligers veilige toegang tot de werkplek hebben en deze, ook in geval van nood, veilig kunnen verlaten, dat de werkplek zodanig is ingericht dat er veilig gewerkt kan worden en dat er voorlichting en veiligheidsinstructies worden gegeven zodat materiaal en werktuigen veilig gebruikt worden. Ook de aanwezigheid van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidsbrillen en beschermende kleding vallen hieronder. Om geen onnodige risico’s te lopen, is het verder belangrijk om ook de duur van het vrijwilligerswerk in de gaten te houden. Vrijwilligers die immers lange tijd achter elkaar voor de organisatie in touw zijn, kunnen steken laten vallen waardoor zij de veiligheid in gevaar kunnen brengen. Wees hier alert op en spreek mensen er ook op aan. Meer informatie over veilige arbeidsomstandigheden en vrijwilligerswerk vindt u ook via Vrijwilligers en Werk – Arboportaal.

 

RI&E verplicht?

Een risico- inventarisatie & – evaluatie (RI&E)[ii], bedrijfshulpverlening (BHV) en een preventie-medewerker zijn in principe niet meer verplicht als de vrijwilligersorganisatie geen betaalde krachten in dienst heeft. Heeft u beroepskrachten in dienst? Dan zult u voor hen wel een RI&E, bedrijfshulpverlening en een preventiemedewerker moeten organiseren. Als de betaalde krachten tezamen niet meer dan veertig uur per week in dienst zijn, dan mag de organisatie de RI&E zelf uitvoeren. Het is dan niet verplicht om een arbodienst in te schakelen.

Tip!Ook als u geen betaalde krachten heeft, is het raadzaam om binnen uw organisatie de risico’s in kaart te brengen en vast te leggen op welke manier u deze risico’s tot het minimum zult beperken. Aan de hand van deze Arbocheckkunt u eenvoudig nagaan welke risico’s er binnen uw organisatie spelen. U kunt ook een RI&E voor vrijwilligerswerkdoen.

Wel Arbo bij ernstige risico’s

Zoals gezegd blijven de arbovoorschriften wel van toepassing als er sprake is van ernstige risico’s voor de gezondheid en veiligheid van de vrijwilligers. De arbo spreekt van ernstige risico’sals vrijwilligers werken:

– met gevaarlijke stoffen en biologische agentia;
– op hoogte (boven de 2,5 meter);
– met grote fysieke belasting (incl. het werken onder hoge druk);
– met geluidsbelastingen (boven 85 dB);
– met onveilige en niet deugdelijke arbeidsmiddelen;
– met hijs- en hefwerktuigen;
– op een bouwplaats;
– onder extreme temperaturen.

Bij het werken met gevaarlijke stoffen en biologische agentia blijft een RI&E verplicht. Voor de andere aangegeven risico’s is het voldoende om middels veiligheidsinstructies, voorlichting en het beschikbaar stellen van beschermingsmiddelen ervoor te zorgen dat vrijwilligers hun werk veilig kunnen doen. In het Arbeidsomstandighedenbesluitstaat precies beschreven wat men onder de specifieke risico’s verstaat en aan welke normen u moet voldoen. In artikel 9.5a van dit besluit kunt u lezen welke artikelen verplicht zijn voor vrijwilligersorganisaties.

  • Gevaarlijke stoffen

    Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die de gezondheid en veiligheid van vrijwilligers ernstig kunnen schaden. Denk bijvoorbeeld aan springstoffen, asbest, benzenen en gechloreerde waterstoffen, vluchtige organische stoffen, lood en loodwit. Als vrijwilligers met gevaarlijke stoffen werken, is het belangrijk dat zij bekend zijn met de risico’s van de stoffen en weten wat zij moeten doen wanneer deze in gevaarlijke hoeveelheden vrijkomen. Zorg er tevens voor dat gevaarlijke stoffen in een veilige afgesloten plaats zijn opgeborgen en dat alleen deskundige mensen de gevaarlijke stoffen gebruiken nadat zij de aanwijzingen hebben gelezen. Andere maatregelen die u kunt treffen, zijn het aanbieden van voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen zoals oog-, hand- of gezichtsbescherming en een oogspoelfles/ nooddouche om de risico’s van bijtende stoffen te beperken. Zorg er ook voor dat er voldoende ventilatie of afzuiging in de ruimte aanwezig is.

  • Biologische agentia

    Onder biologische stoffen en agentia wordt onder andere verstaan; niet genetisch gemodificeerde celculturen, menselijke endoparasieten en micro- organismen. Niet heel veel vrijwilligers zullen hiermee werken maar als dit het geval is, doe dit dan in een omgeving waar kans op besmetting zoveel mogelijk is uitgesloten en betreedt de ruimte niet zonder persoonlijke beschermingsmiddelen.

  • Werken op hoogte

    Bij werkzaamheden waarbij valgevaar bestaat, wordt onderscheid gemaakt tussen het gebruik van een ladder of trap en steigers, stellingen, bordes of verhoogde werkvloer. Als u een ladder of trap nodig heeft, gebruik dan een ladder die goedgekeurd is voor de industrie en zorg ervoor dat vrijwilligers over de juiste werkwijze zijn geïnstrueerd. Maakt u gebruik van steigers (boven de 2,5 meter) zorg er dan voor dat er steigers door een erkend steigerbouwer zijn opgebouwd. Bij het werken op een verhoogde werkvloer (bijv. dak) is het verplicht een stevige leuning of hekwerk aan te brengen. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten vangnetten, veiligheidsgordels of vanglijnen van voldoende sterkte worden gebruikt.

  • Grote fysieke belasting

    Bij fysieke belasting gaat het niet alleen om het tillen van zware voorwerpen. Ook een ongunstige houding van eenzijdige arbeid waarbij continue dezelfde bewegingen vereist zijn, wordt beschouwd als grote fysieke belasting. Zorg er dus voor dat mensen hun houding en werkzaamheden voldoende kunnen afwisselen. Als er zwaar getild moet worden, houdt dan de norm van maximaal 25 kg aan. Til zo nodig met zijn tweeën en gebruik til- en transporthulpmiddelen (koevoet, takel, steekwagen e.d.).

  • Geluidsbelasting

    Van geluidsbelasting is al sprake wanneer iemand op 1 meter afstand met stemverheffing moet spreken om zich verstaanbaar te maken (meer dan 85 dB). Stel dus gehoorbescherming zoals oordoppen ter beschikking wanneer vrijwilligers in een lawaaiige omgeving moeten werken.

  • Arbeidsmiddelen

    Gereedschap, machines, hijs- en hefwerktuigen en vervoersmiddelen zijn voorbeelden van arbeidsmiddelen waar vrijwilligers mee te maken kunnen hebben en die ernstige risico’s kunnen veroorzaken als het niet goed wordt onderhouden. Zorg er dus voor dat deze materialen tijdig worden gecontroleerd, worden gerepareerd of buiten gebruik worden gesteld. Stel een onderhoudsplan op, een procedure voor melding van tekortkomingen of mankementen en voer deze uit. Daarnaast blijft het natuurlijk van groot belang dat mensen goed zijn geïnstrueerd over veilig gebruik, dat er persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en dat er mensen in de buurt zijn die te hulp kunnen schieten als er een keer iets mis gaat. Voor het gebruik van hijs- en hefwerktuigen geldt dat deze alleen bediend mogen worden door mensen die over deze specifieke deskundigheid beschikken.

  • Bouwplaats

    Op bouwterreinen gelden aanvullende voorschriften om mensen te beschermen. Zo moet de plek goed worden afgezet, moeten mensen goed geïnformeerd zijn over de mogelijke gevaren en daarvoor persoonlijke beschermingsmiddelen hebben ontvangen. 

  • Extreme temperaturen

    In principe zullen niet veel vrijwilligers geconfronteerd worden met extreme temperaturen. Mocht dit wel het geval zijn, zorg er dan voor dat er voldoende voorzorgsmaatregelen getroffen zijn. Bijvoorbeeld door bij extreme hitte voldoende water en beschermingsmiddelen tegen verbranding te bieden en bij extreme kou onderkoeling te voorkomen door passende kleding te verstrekken.

Kwetsbare groepen

Jongeren onder de 18 jaar, zwangere vrijwilligers en vrouwen die borstvoeding geven, worden door de arbo beschouwd als kwetsbare groepen. De arbo schrijft dan ook voor dat organisaties deze groepen extra aandacht moeten geven als het gaat om veiligheidsinstructies, aanpassingen van de werkplek, fysieke belasting, de mate en duur van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en biologische agentia en andere specifieke gevaren en behoeften van deze groepen. Voor jongeren geldt dat er, gezien hun leeftijd en beperkte ervaring sneller sprake zal zijn van een ernstig risico. Als er specifieke gevaren aan het vrijwilligerswerk zijn verbonden, zullen de jongeren het vrijwilligerswerk alleen mogen verrichten als er deskundig toezicht aanwezig is. De norm daarbij is dat er zoveel deskundig toezicht moet zijn, zodat de risico’s voor de jongeren gelijk zijn aan de risico’s voor volwassenen. Bepaalde werkzaamheden zijn sowieso verboden voor jongeren. Bijvoorbeeld werkzaamheden onder hoge luchtdruk zoals bij duiken, met een hoge geluidsbelasting (boven 85 dB) en werkzaamheden met schadelijke straling en trillingen. Voor zwangere vrijwilligers en vrijwilligers die borstvoeding geven, zal de organisatie het werk zo in moeten richten dat het geen negatieve invloed heeft op de zwangerschap of borstvoeding. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het beperken van fysieke belasting en het creëren van een rustruimte.

 

 

 

 


[i]Van de Arbeidsomstandighedenwet is dus hoofdstuk 3 (art 12-15a), samenwerking, bijzondere rechten van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging en de belanghebbende werknemers en de regeling van deskundige bijstand, voor vrijwilligers niet van toepassing.

           

 

 

[ii]3. Een organisatie werkt met alleen vrijwilligers

Een organisatie waar alleen vrijwilligers werken hoeft geen RI&E op te stellen, tenzij  er in de organisatie gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen of biologische agentia. In dat geval moet er een RI&E worden opgesteld m.b.t. gevaarlijke stoffen en biologische agentia. Deze beperkte RI&E hoeft niet getoetst te worden.

Klik hier voor een schematische weergave van de RI&E verplichting en vrijwilligers.

In de rubriek ‘Veel gestelde vragen’ wordt ook aandacht besteedt aan de RI&E en vrijwilligers.

Meer informatie over arbeidsomstandigheden en vrijwilligers vindt u ook op het Arboportaal

 

nieuws en informatie op gebied van arbeidsomstandigheden

Users: 4
Posts: 767
Categorys: 2
Comments: 1328
Last Post: 2018-05-11
First Post: 2011-01-27
Alexa Rank: 0
Alexa Links: 0