MAATREGELEN NA EEN ARBEIDSONGEVAL; (MOGELIJK) VAN BELANG VOOR MATIGING BOETE

door: Casper Dekker Bestuurs- en Omgevingsrecht

Op 29 november 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”) een belangrijke uitspraak gedaan voor werkgevers die door de Minister van SZW beboet worden nadat een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden. Hieruit volgt dat na het arbeidsongeval getroffen maatregelen beoordeeld moeten worden in het kader van de evenredigheid.

Matiging van de boete; hoe zat het ook alweer?

Een werkgever die in verband met een arbeidsongeval een boete opgelegd krijgt wegens het overtreden van de Arbo-regels, kan een flinke boete krijgen van de Inspectie SZW. Deze bestuurlijke boetes worden steeds vaker gebruikt in de wetgeving vanuit ‘Den Haag’. Niet zonder reden, de rechter komt pas in beeld nadat de ondernemer ertegen is opgekomen.

Wanneer een werkgever geconfronteerd wordt met zo’n boete, heeft hij verschillende mogelijkheden om daar tegen op te komen.

1. Allereerst kan het lonen goed te (laten) kijken naar de grondslag van de opgelegde boete. Wanneer de Inspectie SZW zich beroept op een artikel waarvan helemaal geen sprake is, kan van overtreding namelijk geen sprake zijn.Hierbij is de fase van het bestrijden van de boete (bezwaar, beroep of hoger beroep) van belang. In bezwaar vindt namelijk een volledige heroverweging plaats, waarbij de grondslag van de boete gewijzigd kan worden zolang het daaraan ten grondslag gelegde feitencomplex niet te veel wordt gewijzigd.

2. Vervolgens biedt de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving (“de beleidsregel”) een viertal matigingsgronden:

a. als de risico’s van de concrete werkzaamheden voldoende zijn geïnventariseerd en een veilige werkwijze is ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet;
b. als de noodzakelijke randvoorwaarden zijn gecreëerd voor het toepassen van een veilige werkwijze;
c. als er adequate instructies zijn gegeven;
d. als er adequaat toezicht is gehouden.

Elk van deze matigingsgronden kan leiden tot een matiging van de opgelegde boete met 25%. Over de beleidsregel schreven Marcel Smit en Cornelis van der Sluis eerder een blog.

 

3. Ten slotte volgt uit de bestuursrechtelijke jurisprudentie dat het evenredigheidsbeginsel, los van de matigingsgronden, kan leiden tot matiging van de boete. Daarin is namelijk overwogen:

De rechter toetst zonder terughoudendheid of het besluit van het bestuur met betrekking tot de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie.

Onze eerder gedeelde ervaring in een blog was al dat procederen met deze zaken in het achterhoofd nodig lijkt te zijn, maar dat het wel geregeld tot successen leidt.

Evenredigheidsbeginsel en maatregelen getroffen na het arbeidsongeval

In de praktijk (waaronder ook de rechtspraak) kwam steeds vaker de vraag aan de orde in hoeverre maatregelen getroffen na het arbeidsongeval van invloed kunnen zijn op de hoogte van de opgelegde boete.

De Afdeling heeft zich op 15 april 2015 uitgelaten over maatregelen getroffen na een arbeidsongeval met betrekking tot asbest en overwoog:

Daarbij komt in dit geval betekenis toe aan het feit dat, naar de minister ter zitting heeft erkend, [appellante] nadat het asbest is aangetroffen alle relevante maatregelen heeft getroffen. Anders dan de rechtbank, ziet de Afdeling derhalve aanleiding voor het oordeel dat matiging van de aan [appellante] opgelegde boete met 35% passend en geboden is.

Dat leidde in de praktijk echter niet tot een omslag bij de Minister van SZW. Standaard wordt immers gesteld dat inspanningen verricht na het arbeidsongeval niet kunnen leiden tot een matiging of dat de uitspraak van 15 april 2015 alleen van toepassing is op boetes inzake asbest.

De uitspraak van 29 november 2017

Op 9 augustus 2016 zag de rechtbank Overijssel aanleiding om de uitspraak van 15 april 2015 toe te passen op een niet-asbestgerelateerde boete. De Minister kwam daartegen in hoger beroep bij de Afdeling. De Afdeling overwoog op 29 november 2017:

Inspanningen ter voorkoming van verdere overtredingen die zijn verricht ná de overtreding, zijn niet van belang voor het oordeel over de verwijtbaarheid, maar kunnen wel van betekenis zijn voor de beoordeling of de opgelegde boete, gelet op de individuele omstandigheden, evenredig is.

In het aan de orde zijnde geval was de Afdeling van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat met de verrichte inspanningen – het houden van een zogenoemde toolboxmeeting –  sprake was van een adequate inspanning om soortgelijke overtredingen te voorkomen. Ook voor dit onderdeel blijft dus de stelling overeind, dat procederen tegen boetes vanwege vermeende overtredingen van de Arbo-wetgeving nodig is, maar wel zo nu en dan lonend.

Conclusie

Langzaam maar zeker krijgt het evenredigheidsbeginsel een (steeds) belangrijkere rol bij het opleggen van bestuurlijke boetes. Na de uitspraak van 29 november 2017 is niet (langer) uitgesloten dat het verrichten van maatregelen na een arbeidsongeval kan leiden tot een matiging van de opgelegde boete.

Hiermee sluit de Afdeling mijns inziens aan bij de praktijk. Een praktijk waarin vele werkgevers constant bezig zijn met veiligheid en juist actie willen ondernemen naar aanleiding van arbeidsongevallen. Met deze uitspraak is het mogelijk dat aan die inspanningen gewicht wordt toegekend.

Bron:

Berichtnavigatie