Gevaarlijke beroepen

Cijfers van het CBS laten zien dat 97.000 werknemers in 2016 betrokken waren bij een bedrijfsongeval. Zij namen daarvoor minstens één dag verlof op. In totaal overleden 70 mensen aan een bedrijfsongeval in dat jaar. Wat zijn de meest gevaarlijke beroepen?

Top 5 gevaarlijkste beroepen

Binnen de top 5 is gekeken naar het percentage werknemers dat een arbeidsongeval had met minstens 1 dag verzuim.

  1. Metaalarbeiders, machinemonteurs (5,1%).
  2. Bouwarbeiders (4,8%).
  3. Werknemers werkzaam in voedselverwerking (3,9%).
  4. Bestuurders voertuigen, mobiele machines (3,2%).
  5. Tuinders, akkerbouwers, veetelers (3,1%).

Over het algemeen zijn dit mannenberoepen. In het volledige NEA methodoligsch rapport staat op nummer 7 het beroep ‘sociaal werkers’. Dit beroep wordt vaker uitgevoerd door vrouwen dan door mannen. Het gevaar hierin is ook anders. Vrouwen zijn bij dit beroep vaker slachtoffer van geweld. Het rapport toont dat sinds 2014 het aantal arbeidsongevallen stijgt. De meeste slachtoffers vallen in de bouw, industrie, handel en afvalbeheer. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) verklaart dit door de economische groei. Dit is echter niet de enige oorzaak. Door het gebrek aan personeel worden vaker jonge en onervaren krachten ingezet. Daarnaast worden werknemers uitgebuit volgens de inspectie, wat leidt tot meer ongevallen.

Arbeidsongevallen voorkomen

Werknemers die de ultieme prijs betaalden voor vaak onnodige fouten. Als bedrijfsleven en overheid hebben we de morele plicht om van hun dood te leren. Al deze offers raken niet alleen de bedrijven waar dit is gebeurd, maar ook alle ondernemingen waar datzelfde ongeval morgen plaats kan vinden. Ook als overheid moeten we ons maximaal inspannen om herhalingen te voorkomen”, aldus Marc Kuipers (inspecteur-generaal). “De inspectie SZW zet zich daar dagelijks voor in. Waar het kan, doen we dat samen met het bedrijfsleven. Daar waar de wil is van de integere ondernemer en waar de werknemer boven winst gaat. Waar dat niet het geval is vervullen we onze rol als strenge toezichthouder en grijpen we in. Met alle instrumenten die we hebben om misstanden aan te pakken. Maar vooral ook om ze te voorkomen”.

Het jaarverslag van de Inspectie SZW toont de problemen rondom de uitbuiting van werknemers. Onderbetaling, te lange werkdagen en het ten onrechte laten betalen van vergoedingen. Het handhavingpercentage bij controles hierop bedraagt 40%. Volgens de Inspectie worden door deze bedrijven bewust de wettelijke regels overtreden. Daarnaast is er een categorie die actief de mazen van de wet opzoekt. Met constructies die mogelijk naar de letter van de wet standhouden, maar die vervolgens op allerlei onwenselijke manieren worden toegepast.“We zetten onze inspectiecapaciteit hier gericht op in. Samen met anderen zoals de NVWA, de ILT en de Belastingdienst. Niet alleen bij het uitvoeren van inspecties, maar ook om te zien hoe we beter gebruik van elkaars databestanden maken. Door het koppelen van de informatie komen we sneller tot gerichte analyses en conclusies. Zodat we zo gericht en efficiënt mogelijk daar kunnen zijn waar dat het hardste nodig is”. Zegt Kuipers.

Belangrijkste gevaren

De belangrijkste oorzaken van ongevallen op het werk:

  1. Vallen van hoogte.
  2. Confrontatie met geweld.
  3. Struikelen, uitglijden.
  4. Ongeluk met gevaarlijke stoffen.
  5. Botsen, aanrijding.

Stipt op 1 staat vallen van hoogte met 37,7% onder de ongelukken bij mannen. Wanneer we naar vrouwelijke werknemers kijken is dit slechts 8%. Er is een groot verschil zichtbaar in het percentage bij mannen of vrouwen:

  • Geweld: mannen (21,2%) – vrouwen (48,2%).
  • Struikelen/uitglijden: mannen (50,9%) – vrouwen (28,4%).
  • Gevaarlijke stoffen: mannen (25,4%) – vrouwen (13,7%).
  • Botsen/aanrijding: mannen (28,1%) – vrouwen (6,7%).

    Bron: FD, 3 februari 2018.